**1..** Over hamerstukken vindt geen beraadslaging plaats tenzij een Statenlid hierom vraagt.
**2..** Indien geen van de leden om stemming vraagt bij een hamerstuk, dan stelt de voorzitter voor het besluit zonder stemming vast te stellen. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening vragen dat hij/zij geacht worden tegengestemd te hebben; in dat geval wordt het besluit met de stemmen van de overige leden geacht te zijn genomen.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.1
Artikel 34