De cliënt kan zich laten bijstaan door zijn mantelzorger en/of een onafhankelijke cliëntondersteuner. Uitgangspunt bij het gesprek is de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt om het probleem zelf of met steun van zijn omgeving op te lossen. Tijdens het gesprek is er o.a. aandacht voor:
de (verdere) verduidelijking van de ondersteuningsvraag. Hierbij wordt gelet op de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp te voorzien in zijn behoefte;
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie;
de behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger(s) van de cliënt;.
de mogelijkheden om met voorliggende voorzieningen of door zorgverzekeraars en zorgaanbieders in de behoefte te voorzien aan maatschappelijke ondersteuning;
informatie over de vertrouwenspersoon, de klachtenregeling en de mogelijkheid tot het gebruiken van cliëntondersteuning;
dat bij een maatwerkvoorziening een bijdrage van de cliënt gevraagd kan worden.
Indien mogelijk wordt het aanvraagformulier na het gesprek direct ondertekend. Als de cliënt daar toestemming voor heeft gegeven wordt, indien nodig, na de intake de huisarts geïnformeerd door de medewerker van de gemeente.
Als een cliënt voor een persoonsgebonden budget wil kiezen, wordt door de medewerker van de gemeente uitgelegd hoe de procedure voor een persoonsgebonden budget werkt. De cliënt moet vooraf goed weten wat het persoonsgebonden inhoudt en welke verantwoordelijkheden zij of hun budgetbeheerder daarbij hebben.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.4