Naar hoofdinhoud
De wet doet een beroep op de eigen kracht en op, waar mogelijk, hulp van hun eigen sociale netwerk en zo nodig aanvullende ondersteuning vanuit de gemeente. Voordat er een beroep wordt gedaan op publiek gefinancierde voorzieningen moeten eerst de eigen kracht en het sociale netwerk worden aangesproken. Zoals vermeld in artikel 4 van de Verordening betekent dit dat een maatwerkvoorziening pas aan de orde kan zijn als de cliënt zijn beperkingen of problemen niet kan verminderen of wegnemen met behulp van eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen. In elke afzonderlijke situatie beoordeelt een medewerker van de gemeente de eigen kracht en mogelijkheden van de cliënt. Dit doet de medewerker van de gemeente/medewerker niet door de beperking als uitgangspunt te nemen, maar door juist te kijken naar wat de cliënt wel kan - zelf en/of met hulp van zijn sociaal netwerk. Dit hangt onder andere af van het type ondersteuning dat wordt gevraagd, van de draagkracht van het sociaal netwerk. Het college verwacht van de cliënt dat hij de medewerker van de gemeente actief informeert over personen uit zijn sociaal netwerk en wat deze personen voor hem kunnen betekenen op het gebied van zorg en ondersteuning. De medewerker probeert de cliënt ook te ondersteunen bij het betrekken van personen uit de sociale omgeving. Langdurig noodzakelijk Onder ‘langdurig noodzakelijk’ wordt over het algemeen verstaan langer dan 6 maanden of dat het een blijvende situatie betreft. Onder een ‘blijvende situatie’ wordt ook de terminale levensfase verstaan. Voor sommige maatwerkvoorzieningen, bijvoorbeeld huishoudelijke ondersteuning, kan het ook om een kortere periode gaan, bijvoorbeeld na ontslag uit het ziekenhuis. Waar precies de grens ligt tussen kortdurend en langdurig zal per situatie verschillen. Als de verwachting is dat cliënt na enige tijd zonder de benodigde hulpmiddelen of aanpassingen zal kunnen functioneren, dan mag van kortdurende noodzaak worden uitgegaan. Bij een wisselend ziektebeeld, waarbij verbetering in de toestand opgevolgd wordt door periodes van terugval, wordt uitgegaan van een langdurige noodzaak. Om in aanmerking te kunnen komen voor een maatwerkvoorziening moet er sprake moet zijn van beperkingen op gebied van zelfredzaamheid of participatie. Er moet worden vastgesteld dat er sprake is van (medische, psychische of psychosociale) beperkingen waardoor cliënt niet kan participeren of niet voldoende zelfredzaam is. Als de (medische, psychische of psychosociale) noodzaak niet zonder meer kan worden vastgesteld kan een (medisch) advies bij de door de gemeente gecontracteerde medisch adviseur worden ingesteld om de noodzaak vast te stellen. De medisch adviseur heeft een belangrijke rol om te bepalen of een maatwerkvoorziening medisch noodzakelijk is of dat deze juist anti-revaliderend werkt. De medisch adviseur kan tevens uitsluitsel geven over de vraag of er sprake is van een langdurige noodzaak. Als blijkt dat er aantoonbare beperkingen zijn die nog kunnen verbeteren of herstellen met een adequate behandelmethode dan dient in eerste instantie behandeling op grond van de Zorgverzekeringswet te worden ingezet en afgewacht voordat een maatwerkvoorziening kan worden toegekend.. Uitzondering: Er bestaat de mogelijkheid om kortdurend hulp bij het huishouden in te zetten bijvoorbeeld tijdens een herstelperiode of na een ziekenhuisopname. Intensieve, kortdurende ondersteuning is mogelijk om de zelfredzaamheid en participatie van een cliënt te bevorderen of escalaties te voorkomen. Duur indicatie Wanneer de aandoening/beperking permanent is, is de indicatie van onbeperkte duur; dit geldt niet voor de huishoudelijke ondersteuning. Vaak is het verzoek om huishoudelijke ondersteuning de eerste aanvraag voor een cliënt, als de medewerker de cliënt vaker ziet, bij voorkeur eens in de 5 jaar, kan breder worden gekeken en eventuele nieuwe ondersteuningsvragen worden ondervangen. Wanneer de aandoening/beperking van tijdelijke aard is, wordt na een bepaalde periode bekeken of de verstrekking nog noodzakelijk is. In overige gevallen wordt de indicatie voor de duur van maximaal 5 jaar verstrekt. Dit geldt niet voor pgb, dit wordt voor maximaal 2 jaar toegekend, tenzij het een pgb voor een hulpmiddel betreft. Dan worden de termijnen conform het financieel besluit gehanteerd.

Rechtspraak bij dit artikel