Herindicatie Huishoudelijke Ondersteuning
In 2020 hebben de herindicaties voor de huishoudelijke ondersteuning plaatsgevonden. Op basis van maatwerk is opnieuw, op grond van de verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2020 en de Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2020, een indicatie vastgesteld. Dit geldt voor pgb huishoudelijke ondersteuning en voor ook voor zorg in natura huishoudelijke ondersteuning. Ook nieuwe aanvragen worden uiteraard aan de Verordening en beleidsregels getoetst.
De aanvullende criteria zijn de volgende.
Huishoudelijke ondersteuning kan als maatwerkvoorziening worden ingezet als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden of wanneer er sprake is van een (dreigend) disfunctioneren van het huishouden. Dit kan gedeeltelijke of volledige overname zijn van huishoudelijke taken. Als dit nodig is kan hieronder ook de verzorging van gezonde, jonge gezinsleden bij uitval van ouders en/of verzorgers horen. Oorzaken van het (dreigende) disfunctioneren van het huishouden zijn een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem.
Het doel van huishoudelijke ondersteuning is dat een cliënt kan wonen in een schoon en leefbaar huis. Wanneer een cliënt, als gevolg van objectiveerbare (medische) beperkingen, onvoldoende ondersteund worden door het inzetten van het resultaat ‘Schoon en leefbaar huis’ kan er een van de volgende resultaten worden ingezet:
Wasverzorging
Boodschappen
Regie en organisatie & Advies, instructie en Voorlichting (AIV)
Maaltijd verzorging
(tijdelijke) Kindzorg
De inzet kan van tijdelijke aard zijn. Bijvoorbeeld omdat er mogelijkheden zijn voor de cliënt om de ondersteuning op termijn anders te organiseren waardoor er geen inzet op dit resultaat meer nodig is.
Was men al gewend om voor eigen rekening een schoonmaakhulp in te huren, dan is het enkele feit dat er zich beperkingen voordoen geen reden om een beroep te doen op gemeentelijke ondersteuning. Wel moet worden meegewogen of door het ontstaan van beperkingen financiële mogelijkheden wegvallen of de ondersteuning door de ‘gebruikelijk aanwezige’ schoonmaak niet
meer toereikend is.
Voorliggende oplossingen
Bij het onderzoek naar de noodzaak van huishoudelijke ondersteuning worden verschillende factoren in overweging genomen.
Algemene voorzieningen of technische hulpmiddelen
Als algemene voorziening worden de volgende diensten of hulpmiddelen aangemerkt:
Diensten:
Sociale alarmering
Boodschappenservice
Maaltijdvoorzieningen
Klussendienst of vrijwilligers
Ramenwasservice (buitenzijde)
Kinderopvang/peuterspeelzaal
Hulpmiddelen
Verhoging voor de wasmachine
Droger
Afwasmachine
Particuliere hulp
Inzet van een particuliere hulp wordt gezien als een gerealiseerde eigen oplossing. Wanneer een cliënt al geruime tijd gebruik maakt van particuliere huishoudelijke ondersteuning en de cliënt meldt zich bij het Sociaal Loket of Sociaal Team met de vraag een persoonsgebonden budget voor de financiering van de hulp, dan zal uit de beoordeling in de indicatiestelling kunnen blijken dat er geen belemmering in het voeren van het huishouden aanwezig is omdat de cliënt een eigen oplossing heeft gerealiseerd.
Anders is het wanneer een persoon jarenlang gebruik maakt van een particuliere hulp en nu merkt dat er om medische redenen extra tijd noodzakelijk is om het huishouden te voeren. Wanneer een persoon als gevolg van een terugval van inkomen/ een wijziging in de financiële situatie niet langer in staat is de particuliere zorg zelf te bekostigen dan wordt de particuliere huishoudelijke ondersteuning niet meer als voorliggende oplossing beschouwd.
Algemene, algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen
Gemeentelijke ondersteuning bij het voeren van een huishouden, neemt de verantwoordelijkheid van de cliënt niet over, maar het helpt de cliënt op weg om het resultaat te behalen. De leefeenheid van de cliënt is primair zelf verantwoordelijk voor het huishouden.
Als de cliënt één of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn om het huishoudelijk werk te verrichten/over te nemen, komt een cliënt niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning. Wij spreken dan van 'gebruikelijke hulp'.
Uitgangspunten
Definitie van het resultaat:
Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoont en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
De afbakening van de ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft:
De cliënt moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrek, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. Als het huis groter is, betekent dit niet meer hulp.
De afbakening van activiteiten die onder de voorziening vallen en welke niet:
Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, het opruimen van schuur, wassen van de auto of schoonmaken van de stoep etc.) vallen buiten de gemeentelijke compensatieplicht op grond van voorliggende voorzieningen en maken dus geen onderdeel uit van Huishoudelijke Ondersteuning.
De normering van de voorziening:
Huishoudelijke Ondersteuning wordt geïndiceerd in minuten, de indicatiestelling voor HO wordt gedaan door de gemeente. Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp, maken we gebruik van het HHM-normenkader. Zie hiervoor de resultaatkaarten in de separate bijlage.
Dit normenkader geldt als richtlijn. Het daadwerkelijk aantal toe te kennen minuten HO wordt afgestemd op de individuele situatie.
De mogelijkheid om voor bijzondere situaties af te wijken van het normenkader:
Wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden. Dit zijn bijvoorbeeld een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren, het klaarzetten van maaltijden en beschikken over schone kleding
Resultaten 3 In een apart overzicht worden de resultaatgebieden verder beschreven.
Resultaat Schoon en Leefbaar Huis
Het resultaat van de ondersteuning is dat de bewoner beschikt over een schoon en leefbaar huis. Het omvat het lichte en zware schoonmaakwerk. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
Dit betekent dat een cliënt gebruik moeten kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap4 Trap: alleen als de genoemde ruimten zich niet op de begane grond bevinden. .
De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoongemaakt wordt om zo een algemeen aanvaardbaar basisniveau van schoon te realiseren, volgens de moderne normen van hygiëne.
Indien bewoner eigen regie heeft, mag van hem/haar worden verwacht dat de werkzaamheden worden geprioriteerd en in afstemming met de aanbieder keuzes worden gemaakt.
Zie voor de resultaatkaart: ‘Schoon en leefbaar huis’.
Binnen het resultaat stemt de cliënt af met de aanbieder welke taken met welke frequentie worden uitgevoerd. Dit wordt opgenomen in het ondersteuningsplan van de zorgaanbieder.
Resultaat Wasverzorging
Het gaat hierbij om het wassen, drogen en in uitzonderlijke situaties strijken van bovenkleding. En/of indien noodzakelijk om het wassen en drogen voor bed- en linnengoed. Het doel van dit resultaat is dat de persoon beschikt over schone kleding en schoon bedden en linnengoed. Het gaat hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. De verzorging van de was, zoals bedoeld binnen dit resultaatgebied, omvat het behandelen van vlekken, het wassen, het drogen en vouwen van de was en het terugleggen van kleding en beddengoed in de kast. De uiteindelijke invulling hiervan is aan de klant in overleg met de aanbieder. Verwacht mag worden dat de klant beschikt over een wasmachine en zoveel mogelijk strijkvrije kleding. Daarnaast wordt van de klant verwacht dat de reikwijdte van de ondersteuning tot een minimum wordt beperkt door bijvoorbeeld de aanschaf van een droger of kleding, die niet gestreken hoeft te worden. Bedden- en linnengoed wordt niet gestreken. Van de klant verwachten we dat hij ten behoeve van dit resultaat zoveel mogelijk gebruik maakt van voorliggende voorzieningen.
Zie verder de resultaatkaart ‘Wasverzorging’.
Resultaat Boodschappen
Iedereen moet beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften. Tot de goederen voor primaire levensbehoeften worden boodschappen gerekend die nodig zijn voor dagelijkse levensbehoeften. Hieronder vallen levensmiddelen, toiletartikelen en schoonmaakmiddelen, zaken die dagelijks/wekelijks worden gebruikt. Grotere inkopen, zoals kleding en duurzame goederen zoals (huishoudelijke) apparaten, vallen hier niet onder. De Wmo is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft uitsluitend een taak als boodschappen- en/of maaltijdenservices ontoereikend zijn.
Zie verder de resultaatkaart ‘Boodschappen’ .
Resultaat Regie en organisatie & Advies, Instructie en Voorlichting (AIV)
De cliënt moet zelf regie over het huishouden kunnen hebben om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Hiervoor heeft hij regelvermogen nodig, moet hij besluitvaardig kunnen zijn en initiatief kunnen nemen. Indien de cliënt moeite heeft met regie houden en planning van de werkzaamheden, zelfstandig, of met behulp van het netwerk, kan er ondersteuning worden geboden.
Er dient per individu een inschatting gemaakt te worden of er in alle redelijkheid kan worden verondersteld dat een nieuwe taak als het doen van het huishouden nog is te trainen. Er zijn geen weegfactoren voor het resultaatgebied ‘regie en organisatie’ geformuleerd. Wel zijn er beïnvloedende factoren, zoals de leerbaarheid van een cliënt. Hoe sneller de activiteiten zijn aangeleerd, hoe sneller de ondersteuning eindigt. Het gaat bij het resultaatgebied om 2 categorieën:
Categorie 1 Het aanleren (en samen uitvoeren) van activiteiten gericht op de resultaten:
‘schoon en leefbaar huis’
‘schone was’
‘maaltijden’
Dit betreft cliënten die leerbaar zijn, zoals mensen met een (recente) lichamelijke beperking of mensen die de activiteiten nooit hebben aangeleerd maar deze moeten gaan uitvoeren door het wegvallen van een partner of gezinslid. Het gaat om tijdelijke ondersteuning (maximaal 6 weken), waarbij aansluiting wordt gezocht bij het onderzoek van Bureau HHM en KPMG Plexus. Zie de resultaatkaart 'Regie en organisatie & Advies, Instructie en Voorlichting (AIV).
Categorie 2 Structureel adviseren, organiseren (en samen uitvoeren) van activiteiten gericht op de resultaten:
‘schoon en leefbaar huis’
‘schone was’
‘maaltijden’
Dit betreft cliënten die beperkter leerbaar zijn, bijvoorbeeld vanwege psychiatrische of cognitieve problemen als dementie, niet aangeboren hersenletsel (NAH), of een licht verstandelijke beperking (LVB). De ondersteuning is structureel noodzakelijk.
Zie voor richtlijnen de resultaatkaart ‘Regie en organisatie & Advies, Instructie en Voorlichting (AIV)
Resultaat Maaltijdverzorging
Onder maaltijdverzorging wordt verstaan het verzorgen van de broodmaaltijd, koffie en thee zetten, warme maaltijd opwarmen. Het uitgangspunt voor het te behalen resultaat is dat indien nodig één keer per dag de broodmaaltijd(en) wordt bereid en klaargezet en één keer per dag een warme maaltijd wordt opgewarmd en/of klaargezet.
In het onderzoek wordt gekeken of voorliggende voorzieningen, zoals kant en klaar maaltijden van de supermarkt, mee-eten bij een verzorgingshuis, maaltijdbezorging aan huis etc. oplossingen bieden. Daarbij dient ook betrokken te worden of de persoon aanspraak kan maken op ondersteuning via zijn/haar zorgverzekering. Indien een persoon niet (meer) in staat is zelf of met hulp van de omgeving maaltijden te verzorgen en voorliggende voorzieningen niet of onvoldoende tot de noodzakelijke oplossing leiden, kan ondersteuning door de gemeente worden bezien.
Zie voor de normering van dit resultaatgebied de resultaatkaart ‘Maaltijd verzorging’ .
Voor het bereiden van maaltijden (= koken) wordt in beginsel geen voorziening op basis van de wet verstrekt. De reden hiervoor is dat er voldoende algemeen toegankelijke voorzieningen beschikbaar zijn.
Voor het resultaat ‘maaltijden’ is alleen de weegfactor ‘de aanwezigheid van een vaatwasser’ van toepassing. Dit bepaalt of in het huishouden de vaatwasser moet worden in- en uitgeruimd, of dat er moet worden af gewassen. Als cliënt ondersteund moet worden bij het feitelijke eten en/of drinken valt deze hulp onder de Zorgverzekeringswet.
Resultaat Kindzorg
Het zorgen voor kinderen is een taak van ouder en/of verzorgers. Dat geldt ook voor ouders die door beperkingen en/of ziekte (tijdelijk) niet in staat zijn hun kinderen te verzorgen. Elke ouder is zelf verantwoordelijk voor de opvang en (het organiseren van de noodzakelijke) verzorging van zijn of haar kinderen. Uitgangspunt is hierbij dat bij uitval van een van de ouders de andere ouder deze zorg of zijn aandeel in de zorg daar waar mogelijk overneemt. Op grond van gebruikelijke hulp hoeft het college niet te compenseren. Het college ondersteunt alleen als ouders door acuut ontstane problemen een oplossing nodig hebben voor kinderen tot en met de leeftijd van vijf jaar. De ondersteuning is dus per definitie tijdelijk, in afwachting van een definitieve oplossing. Een indicatie wordt afgegeven met een maximale duur van drie maanden om ouder(s) of verzorger(s) de mogelijkheid te bieden in een oplossing te voorzien. Van ouders mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste zullen inspannen om die oplossing zo snel mogelijk te vinden. Daarbij dient ook betrokken te worden of de persoon aanspraak kan maken op ondersteuning via zijn/haar zorgverzekering. Individuele ondersteuning voor structurele opvang van kinderen is niet mogelijk binnen de Wmo.
Uitgangspunten bij de zorg voor kinderen
De taken die vallen onder Kindzorg staan vermeld op de resultaatkaart ‘Kindzorg’.
Tijdens het gesprek met de cliënt worden alle mogelijkheden doorgenomen en besproken. Zijn er algemene, collectieve of voorliggende voorzieningen aanwezig die tot het gewenste resultaat kunnen leiden? Of kan de cliënt op eigen kracht, of met behulp van de mensen om hem heen zorgen voor de kinderen?
Hieronder wordt aangegeven wat verwacht kan worden van gezonde kinderen in een bepaalde leeftijdsfase in relatie tot zorg.
Kinderen van 0 tot en met 4 jaar:
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen;
moeten volledig verzorgd worden; aan- en uitkleden, eten en wassen;
zijn tot 4 jaar niet zindelijk;
hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel- en vrijetijdsbesteding, hebben dit niet in verenigingsverband;
zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven.
Kinderen van 5 tot en met 11 jaar:
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen;
hebben toezicht nodig (en nog maar weinig hulp) bij hun persoonlijke verzorging;
zijn overdag zindelijk en 's nachts merendeel ook;
sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, gemiddeld 2x per week;
hebben bij hun vrijetijdsbesteding alleen begeleiding nodig in het verkeer wanneer zij van en haar hun activiteiten gaan;
hebben vanaf 5 jaar een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur per week.
Kinderen van 12 tot en met 17 jaar:
hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;
kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden, kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden, kunnen vanaf 18 zelfstandig wonen;
hebben geen hulp (en maar weinig toezicht) nodig bij hun persoonlijke verzorging;
sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, onbekend aantal keer per week;
hebben bij hun vrijetijdsbesteding geen begeleiding nodig in het verkeer;
hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding.
Kinderen van 18 tot en met 22 jaar :
Kunnen een eenpersoonshuishouden voeren. Dit wil zeggen:
het schoon houden van sanitaire ruimte en één kamer,
de was doen voor 1 persoon,
boodschappen doen voor 1 persoon,
de maaltijden verzorgen,
afwassen en opruimen.
Indien nodig en mogelijk kan ook de opvang en/of verzorging van jongere gezinsleden tot hun activiteiten behoren.
De zorg door kinderen en jong volwassenen wordt in mindering gebracht op de indicatie voor het gezin. Het betreft te allen tijden maatwerk.
Kinderen van 23 jaar en ouder:
Van hen wordt verwacht dat zij alle huishoudelijke activiteiten kunnen overnemen.
De onderstaande normtijden kunnen als richtlijn aangehouden worden ten behoeve van de zorg voor kinderen.
Normtijden Kindzorg:
Voor kinderen tot 5 jaar geldt:
Naar bed brengen: 10 minuten per keer per kind
Uit bed halen: 10 minuten per keer per kind
Wassen en kleden: 30 minuten per kind
Eten/en of drinken geven: 20 minuten per broodmaaltijd/ 25 minuten per warme maaltijd
Babyvoeding (fles geven): 20 minuten per keer per kind
Luier verschonen: 10 minuten per keer per kind
Naar school/kinderdagverblijf/ peuterspeelzaal brengen: 15 minuten per keer per gezin
Bovenstaande tijden gelden tot een maximum van 40 uur per week voor een maximum van 3 maanden en zoveel korter indien mogelijk.
Bron: CIZ normtijden 2006,
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.8