Voor de toepassing van deze verordening wordt:
onder eigendom verstaan een roerende of onroerende zaak;
onderscheid gemaakt tussen vrijvervalriolering en drukriolering;
ingeval van vrijvervalriolering onderscheid gemaakt tussen een verbeterd gemengd stelsel en een (verbeterd) gescheiden stelsel;
onder aansluiten van een eigendom ook begrepen het uitbreiden van het aantal aansluitingen, het wijzigen van een aansluiting of het vervangen van een aansluiting;
onder aansluiting verstaan:
de inlaatconstructie op het hoofdriool;
de leiding vanaf de inlaatconstructie op het hoofdriool naar het ontstoppingsstuk, en
het ontstoppingsstuk, dat in de regel op 0,50 meter afstand van de openbare grond op particulier terrein is gelegen, met dien verstande dat een aansluiting altijd bestaat uit het onderdeel ad 1., en mede kan omvatten de onderdelen ad 2. en ad 3.;
onder afvalwater verstaan: al dan niet verontreinigd water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering;
onder gemeentelijke riolering mede verstaan het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater.