De gemeente Aa en Hunze is grofweg te verdelen in het buitengebied en de kernen, de dorpen. In beide kunnen weer bijzondere gebieden worden onderscheiden, naar tijdsperiode en functie. De verbijzondering naar tijdsperiode is bij de kleinste kernen nauwelijks te onderscheiden van de historische ontwikkeling, zodat zij -nagenoeg- als één welstandsgebied zijn aangegeven. In Aa en Hunze worden de volgende gebieden onderscheiden:
Landschapstypen
Veel oorspronkelijke bebouwing was bedoeld voor agrarische doeleinden. Met name in het buitengebied -maar ook in de kernen- komen meerdere typen boerderijen voor. Omdat deze oorspronkelijk gebonden zijn aan de voorkomende landschapstypen, delen we het gemeentelijke gebied in twee delen: het Drents Plateau met aansluitend de Hondsrug (het esdorpenlandschap) en de groenlanden tussen Hondsrug en Hunze en het randveen ontginningsgebied en veengebied ten oosten van de Hunze (het veenkoloniaal landschap).
Kernen
Binnen de landschapstypen komen van oorsprong ook typische kernen voor. In het esdorpenlandschap zijn dat de esdorpen en esgehuchten. In het veengebied zijn dat dorpen van het type wegdorp (randveendorp) en van het type kanaaldorp (veenkoloniaal dorp).
Verbijzonderingen in het buitengebied (functioneel)
Het buitengebied heeft hoofdzakelijk een agrarisch karakter en de bebouwingstypen zijn daar dan ook aan verwant. Naast de agrarische functie komt er zeer verspreid en in allerlei hoedanigheden de recreatieve functie voor. Tot slot komen er enkele bijzondere functies voor. Deze bebouwingen wijken meestal af van de agrarische bebouwing.
Verbijzonderingen binnen de kernen (ontstaansgeschiedenis en functioneel)
Binnen de grote kernen zijn vaak meer gebieden met een eigen type bebouwing aanwezig. Vanuit de historische kern is de groei aanvankelijk verlopen langs de uitvalswegen (niet planmatige uitbreiding). Na de Tweede Wereldoorlog wordt de uitbreiding meer planmatig opgepakt en ontstaan samenhangende woonbuurten (planmatige uitbreiding). Ook zijn er gebieden te onderscheiden met een zeer ruim karakter, die zich van de andere gebieden onderscheiden (bijzonder woongebied). In de grootste kernen komen gebieden voor met een sterke variatie van bebouwing met diverse functies (o.a. winkels) en verschillende verschijningsvormen (centrumgebied). Aan de randen komen grotere gebieden voor als begraafplaatsen, groengebieden, sportterreinen en bedrijventerreinen.
Tot slot worden de dorpsuitbreidingen onderscheiden (ontwikkelingsgebieden).
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.2
Achtergronden gebiedsindeling
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Aa en Hunze houdende regels omtrent het welstandsbeleid 2020