Reclames op sportterreinen komen voort uit sponsoring en zijn als zodanig ook passend zolang de reclames het beeld niet overheersen en zolang de reclames uitsluitend worden aangebracht op functie gerelateerde voorzieningen. Borden met hierop de terrein- of verenigingsnaam zijn hierop een uitzondering.
Naamaanduiding
Naar het openbaar gebied gerichte reclames zijn toegestaan in de vorm van terrein- of verenigingsnaam. Dit kan in de vorm van borden, zuilen of vlaggen. De naam van de hoofdsponsor mag, mits ondergeschikt aan de naamaanduiding, worden aangegeven. Verder gelden hiervoor de volgende regels:
Per sportterrein mogen maximaal drie naamaanduidingen worden geplaatst, waarbij drie vlaggen gelden als één naamaanduiding.
De oppervlakte van een vrij geplaatst bord met naamaanduiding bedraagt maximaal 2 m2.
De maximale hoogte van een vrij geplaatst bord bedraagt 2 m.
De maximale breedte van een vrij geplaatst bord bedraagt 2 m.
Per sportterrein maximaal twee borden met naamaanduiding .
Als de naamaanduiding wordt aangebracht op een zuil, dan heeft die zuil een maximale hoogte van 2 m en een maximale breedte van 1 m.
Naamaanduidingen die aan de gevel worden aangebracht hebben een maximale oppervlakte van 2 m2 en worden in samenhang met de gevelarchitectuur ontworpen en geplaatst.
Naamaanduidingen mogen worden aangelicht, mits de verlichting geen hinder oplevert voor de directe omgeving. Lichtbakken zijn niet toegestaan.
Sponsorreclames
Aan gevels van gebouwen die intern zijn gericht zijn sponsorreclames toegestaan. De reclames dienen in samenhang met de gevelarchitectuur te worden ontworpen en aangebracht.
Op borden die zijn aangebracht rondom de Velden mogen sponsorreclames worden aangebracht. Voor zover deze sponsorreclames zichtbaar zijn vanaf het openbare gebied mogen zij niet hoger zijn dan 1m vanaf het maaiveld.
Verlichte sponsorreclames zijn niet toegestaan.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.7
Artikel 5.7.7
Sportterreinen
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Aa en Hunze houdende regels omtrent het welstandsbeleid 2020