Naar hoofdinhoud
Voor begeleiding, huishoudelijke ondersteuning en beschermd wonen vindt de controle van het persoonsgebonden budget in principe plaats via de Sociale Verzekeringsbank (zie paragraaf 7.6 van deze beleidsregels). De SVB betaalt op declaratiebasis het persoonsgebonden budget uit aan de in de zorgovereenkomst benoemde persoon of zorgverlenende organisatie. Voor andere voorzieningen voert de gemeente de controle uit. Declaratie vindt plaats op basis van een van de volgende stukken (afhankelijk van de voorziening): de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; het betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening; het bewijs van verzekering van de voorziening – indien van toepassing; het onderhouds- en reparatiecontract voor de voorziening; een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen; de met de zorgverlener overeengekomen zorgovereenkomst. De gemeente kan daarnaast steekproefsgewijs onderzoeken of het persoonsgebonden budget rechtmatig wordt besteed en wordt gebruikt om het resultaat, zoals omschreven in de beschikking, te realiseren. Blijkt bij controle dat het budget is besteed aan het doel of de activiteit waarvoor het is toegekend, dan hoeft er niets te worden terugbetaald. Is het persoonsgebonden budget anders besteed dan bedoeld, dan kan het college het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Daarbij wordt in redelijkheid en billijkheid gehandeld.

Rechtspraak bij dit artikel