Naar hoofdinhoud
Lid 1. De hoogte van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld overeenkomstig het van toepassing zijnde Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en bedraagt nooit meer dan: de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura; de hoogte van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening; Lid 2. De termijn van de inning van bijdrage voor een maatwerkvoorziening is: gelijk aan de verstrekkingsduur van een maatwerkvoorziening in natura, anders dan in eigendom; gelijk aan de verstrekkingsduur van een periodiek persoonsgebonden budget; gelijk aan de termijn tot de kostprijs van de voorziening is betaald, die in de toekenningsbeschikking van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening is vermeld (tot de maximale gebruiksduur van het product). Lid 3. De maximale bijdrage, als bedoeld in artikel 13 lid 2 van de Verordening 2020, voor een woonvoorziening in de vorm van een traplift bedraagt € 1.875 of, indien dit lager is, 75% van de daadwerkelijke kosten van de traplift. Lid 4. De inning van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening stopt te allen tijde bij het overlijden van belanghebbende of bij beëindiging van de maatwerkvoorziening. Lid 5. De persoon, aan wie een maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming is verleend, is geen bijdrage verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel