Lid 1.
De vergoedingen voor verschillende maatwerkvoorzieningen voor vervoer op jaarbasis maximaal:
voor vervoer per taxi € 1.884,00
voor een combinatie van taxi en vervoer met de eigen auto € 1.230,00
voor taxi € 942,00
plus voor vervoer met de eigen auto € 288,00
voor een rolstoeltaxi € 2.832,00
voor een voor rolstoelgebruik aangepast vervoermiddel € 576,00
voor gebruik eigen auto € 576,00
voor een combinatie van c en d:
voor de rolstoeltaxi (1.000 kilometer) € 1.416,00
plus voor rolstoelgebruik aangepast vervoermiddel (1.000 kilometer) € 288,00
Voor een bruikleenauto/buitenwagen met verbrandingsmotor € 240,00
Lid 2.
De hoogte van de bedragen wordt voor inwoners tot 16 jaar gesteld op een percentage van de in het eerste lid genoemde bedragen op:
0% voor aanvragers tot 4 jaar;
25% voor aanvragers van 4 tot 6 jaar;
50% voor aanvragers van 6 tot 12 jaar; en
75% voor aanvragers van 12 tot 16 jaar.
Lid 3.
Voor zover echtgenoten of partners beiden in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening vervoer dan wel voor het CVV en tenminste één van hen kan geen gebruik maken van het CVV, wordt aan elk van hen een percentage (25%, 50% dan wel 75%, afhankelijk van de gezamenlijke vervoersbehoefte) van het maximumbedrag voor vervoer per reguliere taxi toegekend.
Partners zijn personen die meerderjarig zijn en getrouwd of geregistreerd partner zijn of een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract met een wederzijdse zorgverplichting hebben afgesloten of allebei op hetzelfde adres staan ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente of een vergelijkbare administratie buiten Nederland.
Lid 4.
Indien belanghebbende gebruik maakt van een andere maatwerkvoorziening zoals een scootmobiel, dan wel een eigen verplaatsingsmiddel, kunnen de zones en bedragen van artikel 7 en 8 met 50% worden verlaagd, afhankelijk van de mate waarin het andere verplaatsingsmiddel in de vervoersbehoefte voorziet.