**1..** Het college trekt de vergunning in, indien de leidingexploitant schriftelijk aan het college verklaart van de vergunning geen gebruik meer te willen maken.
**2..** Degene die een schriftelijke verklaring als bedoeld in het eerste lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de leiding na opzegging in de openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als leidingexploitant, tenzij schriftelijk blijkt dat de leiding is overgedragen of wordt geëxploiteerd of beheerd door een andere persoon, in welk geval laatstgenoemde persoon als leidingexploitant wordt beschouwd.
**3..** In afwijking van het tweede lid wordt in geval van een persoonsgebonden vergunning als bedoeld in artikel 6, derde lid, de vergunninghouder als leidingexploitant beschouwd tot het moment dat hij - schriftelijk aan het college verklaart van de vergunning geen gebruik meer te willen maken en de exploitatie van de leiding staakt of - de leiding waar de vergunning betrekking op heeft in eigendom overdraagt en hij daarvan schriftelijk melding heeft gedaan bij het college, mits hij het bewijs van de overdracht levert.
DE WERKZAAMHEDEN
Artikel 10