Naar hoofdinhoud
Nadat is vastgesteld dat er sprake is van een melding in de zin van de Wmo 2015, start de medewerker die de melding in behandeling neemt, een onderzoek (maximale tijdsduur 6 weken). Een onafhankelijk medisch advies, als ook het aanvragen van een offerte van de beoogde oplossing, kan onderdeel uitmaken van het onderzoek. Dit kan meer tijd kosten. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat niet alle onderdelen uit het onderzoek uitgevoerd hoeven te worden. Als de cliënt tijdens het onderzoek te kennen geeft dat hij met de aangereikte mogelijkheden uit de voeten kan of geen aanvraag voor een maatwerkvoorziening zal doen, kan het onderzoek als afgerond worden beschouwd. 2.2.1 Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt, De behoeften en voorkeuren van de cliënt, spelen op een aantal manieren een rol: Allereerst wordt vastgesteld wat de eigenlijke ondersteuningsvraag van de cliënt, is. wat zijn de behoeften van de cliënt bij het zoeken naar een oplossing, of wat is de aard van de problematiek? Vervolgens wordt vastgesteld welke ondersteuning nodig is om de doelen te bereiken en in welke mate ondersteuning nodig is. Dan wordt vastgesteld welk aandeel de cliënt, jeugdige op eigen kracht en/of sociaal netwerk in de benodigde ondersteuning kan hebben. Tijdens het huisbezoek wordt een brede vraagverhelderinggesprek gevoerd op de volgende levensdomeinen wonen, huishouden, ontmoeten, meedoen, werken, opgroeien, rondkomen, leren en zorgen(voor) en veiligheid. Daarnaast worden de persoonskenmerken van de cliënt bekeken: om wat voor soort cliënt gaat het? Relevante persoonskenmerken kunnen, afhankelijk van de belemmeringen die de persoon aandraagt, bijvoorbeeld zijn: de leeftijd; de gezondheidssituatie; de mate waarin een persoon actief is geweest voordat hij geconfronteerd werd met zijn beperkingen; de zelfstandigheid en leerbaarheid van de cliënt. 2.2.2 Mogelijkheden eigen kracht en gebruikelijke hulp Vervolgens brengen wij in kaart wat binnen het vermogen van de cliënt ligt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie te komen. Kan de cliënt bijvoorbeeld door het doen van vrijwilligerswerk wat doen aan zijn participatieprobleem? Kan hij meedoen aan activiteiten in bijvoorbeeld het Huis van de Buurt, om de dag zinvol in te vullen en andere mensen te ontmoeten. Is hij in staat de boodschappenservice te gebruiken voor zijn boodschappen? Kan de cliënt verhuizen naar een meer geschikte woning, zodat hij makkelijker uit de voeten kan in zijn woning, maar ook minder problemen heeft om de deur uit te gaan? Kan de cliënt met wat simpele hulpmiddelen, verkrijgbaar in bijvoorbeeld de bouwmarkt, een winkel voor huishoudelijke artikelen of een zelfzorgwinkel, zijn belemmeringen oplossen? Biedt een fiets met trapondersteuning een oplossing voor zijn vervoersprobleem? Met andere woorden: in hoeverre kan de cliënt zijn eigen kracht aanspreken, al dan niet door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke voorzieningen? Bij gebruikelijke hulp gaat het om de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. 2.2.3 Mogelijkheden mantelzorg en sociaal netwerk Als sprake is van bijvoorbeeld een probleem bij het vervoer of bij het doen van het huishouden, kan ook mantelzorg en de inzet van het sociaal netwerk (inclusief eventuele vrijwilligers in de wijk) een rol spelen bij de oplossing van de belemmeringen van de cliënt. Daarom onderzoeken wij in hoeverre de cliënt, beschikt over een sociaal netwerk, of er al mantelzorg aanwezig is of dat mantelzorg mogelijk een optie kan zijn. 2.2.4 Mogelijkheden algemene voorzieningen of maatschappelijk nuttige activiteiten We bespreken vervolgens met belanghebbende welke mogelijkheden er zijn ten aanzien van het gebruik van algemene voorzieningen. Te denken valt hierbij aan het openbaar vervoer en Klaartje bij mobiliteitsproblemen, de inloop voor mensen met een psychiatrische achtergrond of ernstige psychosociale problemen (Z café), het Odense huis inloop/ontmoeting voor thuiswonende mensen met beginnende dementie en hun partners; creatieve middagen in het Huis van de Buurt, gezamenlijke maaltijden. Ook bespreken wij of het doen van maatschappelijk nuttige activiteiten een oplossing kan zijn voor bijvoorbeeld belemmeringen ten aanzien van de participatie. 2.2.5 Samenhang in ondersteuning Tijdens het gesprek hebben we aandacht voor het complete pallet aan oplossingen die bijdragen aan het beantwoorden van de hulpvraag. Te denken valt aan ondersteuning ten laste van de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet of op grond van de Participatiewet of Jeugdwet. Op deze wijze kan, als ondersteuning vanuit de Wmo 2015 nodig blijkt, samenhang worden geboden in het totaalpakket van ondersteuning dat de cliënt ontvangt.. 2.2.6 Abonnementstarief Het abonnementstarief bedraagt ongeacht inkomen, vermogen of het aantal voorzieningen € 19,00 per maand, voor niet pensioengerechtigde meerpersoonshuishoudens komt deze geheel te vervallen. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) int het abonnementstarief. Het abonnementstarief geldt voor alle voorzieningen, behalve: rolstoelen voorzieningen voor kinderen onder 18 jaar, met uitzondering van woningaanpassingen. Hiervoor wordt wel een eigen bijdrage gevraagd. Cliënten die gebruik maken van een scootmobielpool De Wet stelt ook dat de eigen bijdrage de daadwerkelijke kosten van de voorziening niet mag overstijgen. 2.2.7 Keuze voor maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget We informeren de cliënt, over de mogelijkheid om, als er aanspraak is op een maatwerkvoorziening, in plaats daarvan een persoonsgebonden budget (PGB) te ontvangen. Daarbij wijzen wij de cliënt, op de voorwaarden om voor een PGB in aanmerking te komen, alsmede de rechten en plichten die hieraan zijn verbonden. De medewerker informeert de cliënt, over het format waaraan het budgetplan moet voldoen. Daarnaast informeert de medewerker de cliënt, op zijn verzoek over de maximale budgetten die voor de ondersteuning waarvoor hij een PGB wil aanvragen van toepassing zijn, alsmede de eisen die worden gesteld aan formele en informele ondersteuning. Er is een informatiepakket die bij het huisbezoek wordt achtergelaten. De medewerker onderzoekt daarnaast of de cliënt zal kunnen voldoen aan de eisen die de wetgever of de gemeente aan de ondersteuning met een PGB stellen. Bij voorkeur stelt de cliënt, het budgetplan op tijdens de onderzoeksfase, zodat de medewerker Wmo deze nog kan bespreken en de cliënt, zo nodig nog wijzigingen kan aanbrengen. Binnen zeven werkdagen na het huisbezoek moet het budgetplan en alle andere benodigdheden bij de gemeente aangeleverd zijn. Het meer definitieve budgetplan kan dan worden meegenomen in het verslag. Daarnaast informeert de medewerker de cliënt, indien van toepassing, welke aanbieders van ondersteuning voor hem in het gebied waar hij woont beschikbaar zijn. 2.3 Ondersteuningsplan (het ‘plan’) Op basis van het onderzoek, naar aanleiding van de melding van behoefte aan ondersteuning, wordt een verslag gemaakt en indien nodig een plan van aanpak. Dit noemen we een ondersteuningsplan. Het ondersteuningsplan vormt de basis voor een eventuele aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening. In het ondersteuningsplan wordt aangegeven: wat de ondersteuningsbehoefte van cliënt is. welke doelstelling er wordt nagestreefd met de ondersteuning. op welke wijze deze ondersteuning wordt vormgegeven. welke afspraken er zijn gemaakt met de cliënt welk zwaarwegend advies wordt opgesteld indien een individuele maatwerkvoorziening door of namens cliënt wordt aangevraagd. In het ondersteuningsplan wordt rekening gehouden met de (on)mogelijkheden en behoeften van de mantelzorger. Indien de cliënt kiest voor een persoonsgebonden budget in plaats van zorg in natura, dan wordt het budgetplan na goedkeuring toegevoegd aan het ondersteuningsplan. Het ondersteuningsplan wordt binnen 20 werkdagen na het gesprek aan de cliënt beschikbaar gesteld. Indien de gestelde termijn niet haalbaar is, wordt de cliënt, geïnformeerd over de reden van vertraging. De cliënt krijgt de mogelijkheid een reactie op het ondersteuningsplan te geven. Naar aanleiding van de reactie worden feitelijke onjuistheden in het ondersteuningsplan aangepast. Opmerkingen en aanvullingen van de cliënt worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd. Een ondertekend ondersteuningsplan moet binnen tien werkdagen retour gezonden worden en kan dienen als aanvraagformulier voor een individuele maatwerkvoorziening in kader van de Wmo en Jeugdwet. Het ondersteuningsplan maakt onderdeel uit van de beschikking. Bij het opstellen van het ondersteuningsplan is het streven om de cliënt op het niveau van participatie en zelfredzaamheid te brengen dat bij zijn situatie past. Daarbij zijn met name van belang: de situatie van de cliënt voordat hij getroffen werd door zijn beperkingen; de situatie van personen in vergelijkbare omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie die geen beperkingen hebben; de leerbaarheid van de cliënt, waaronder mede begrepen de mate waarin gestreefd kan worden naar verbetering, stabilisatie of vertraging van achteruitgang in de zelfredzaamheid en participatie, gezien de beperkingen van de cliënt.

Rechtspraak bij dit artikel