Omschrijving resultaat
Het kunnen voeren van een huishouden vergroot de zelfredzaamheid en maakt langer zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving mogelijk. Hulp bij het huishouden is een vorm van ondersteuning die ervoor zorgt dat cliënten een huishouden kunnen voeren. Het te bereiken resultaat is een schoon en leefbaar huis, het hebben van schone en draagbare kleding en het bereiden van maaltijden.
Beschikken over een schoon en leefbaar huis
In het kader van de Wmo 2015 dient rekening te worden gehouden met de volgende definitie van een woning, welke schoongemaakt dient te worden: de cliënt dient gebruik te kunnen maken van een aantal elementaire woonruimten, zoals een woonkamer, slaapkamer of een als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimte(s), keuken, sanitaire ruimtes en aangrenzende hal/trap/overloop. Het gaat over de primaire leefruimten in het huis die de cliënt daadwerkelijk frequent (dagelijks of in ieder geval meerdere keren per week) in gebruik heeft. Daarnaast betreft het de ‘binnenkant’ van het huis. Onderhoud van tuin, opruimen van een schuur, de stoep vegen, ramen zemen aan de buitenkant vallen hier dus niet onder.
Maatstaf schoon en leefbaar
Het huis dient zodanig ‘schoon’ te worden gehouden dat het niet vervuilt en zo een basisniveau van schoon (visueel stof- en vlekvrij) wordt bereikt. Concrete taken bij deze vorm van maatwerk ondersteuning zijn het afnemen van stof, vlekken verwijderen, bed verschonen, stofzuigen, reinigen van vloeren, sanitair en keuken. De werkzaamheden die hierbij uitgevoerd worden en frequentie zijn beschreven in het huishoudelijk ondersteuningsplan (HOP).
Het begrip ‘leefbaar’ staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. De aanwezigheid van dieren of een druk interieur van het huis is geen reden om in het normenkader een hogere intensiteit voor ondersteuning toe te kennen.
Beschikken over schone en draagbare kleding
Het kunnen beschikken over schone en draagbare kleding houdt in dat de client, indien nodig, ondersteuning ontvangt zodat deze over schone en draagbare kleding kan beschikken. Draagbare kleding houdt in dat de kleding niet gekreukeld is. Onder schone en draagbare kleding wordt ook het bed -en linnengoed verstaan. Concrete taken bij deze maatwerk ondersteuning zijn het sorteren, wassen en drogen van het wasgoed. Ook omvat dit strijken(alleen bovenkleding, jurk, rok) en het wasgoed opvouwen en opbergen.
Maaltijdbereiding
Het klaarmaken van de broodmaaltijd (smeren, indien mogelijk klaarzetten in trommeltje in de koelkast) en het zetten van koffie of thee en/of maaltijd opwarmen in de magnetron. Opruimen en afwassen van de gebruikte middelen.
Regie
Het organiseren/coördineren van het huishoudelijk werk met als doel te komen tot een schoon en leefbaar huis, schone en draagbare kleding en/of maaltijden bereiden. Concrete taken van de aanbieder zijn het samen-op-werken van cliënt en huishoudelijke hulp tijdens de uitvoer van de schoonmaakwerkzaamheden, het aansturen van de cliënt door de huishoudelijke hulp tot uitvoer van huishoudelijke werkzaamheden, het geven instructies door de hulp aan cliënt/volwassen huisgenoten (gebruikelijke zorg) met betrekking tot gebruik (technische) hulpmiddelen.
Frequentie/omvang huishoudelijke taken
De frequentie van bovenstaande taken is mede afhankelijk van de persoonlijke situatie en leefwijze (gezinssamenstelling en gezondheid) van de cliënt. Het kan heel praktisch betekenen dat de aanpak niet helemaal voldoet aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van cliënt. De inzet moet in ieder geval in voldoende mate aansluiten bij de persoonlijke situatie (mogelijkheden en beperkingen). Daarbij is het aan de cliënt om samen met de zorgaanbieder keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Een hogere intensiteit van huishoudelijke ondersteuning, ter aanvulling op een schoon en leefbaar huis en schone en draagbare kleding, is nodig als de cliënt op grond van (ernstige) beperkingen zelf geen mogelijkheden heeft om enige huishoudelijke werkzaamheden te verrichten of medische beperkingen heeft waaruit en hoger niveau van hygiëne noodzakelijk is. Voorbeelden hiervan zijn:
allergieën voor huisstofmijt
COPD
Blindheid/slechtziendheid
Gebruik van noodzakelijke hulpmiddelen waardoor huis sneller vervuild raakt
Bedlegerige cliënten
Incontinentie, overmatige transpiratie, speekselverlies, spugen
Ernstige lichamelijke-en of psychische/psychiatrische beperkingen
Bij huishoudelijke taken wordt onderscheid gemaakt tussen:
Uitstelbare taken; kunnen gefaseerd over de week uitgevoerd worden, zoals was verzorging en het schoonmaken van de woning;
Niet uitstelbare taken; moeten dezelfde dag of binnen afzienbare tijd uitgevoerd worden, zoals maaltijden verzorgen, afwassen en opruimen. En in geval van calamiteiten of door de aandoening veroorzaakte extra bevuiling: sanitair schoonmaken en was verzorging.
Incidentele taken: laag frequente taken die niet behoren tot de gangbare standaard taken en zich ook kenmerken door een bepaalde mate van uitstelbaarheid. Denk aan het wassen van de vitrage en gordijnen, het poetsen van deuren, boenen van de keuken e.d.
Bij een melding voor kortdurende huishoudelijke hulp (< 12 weken) stimuleren wij de aanvrager de ondersteuning zoveel mogelijk zelf te regelen (geen Wmo maatwerkvoorziening). Wij onderzoeken samen wat een passende oplossing kan zijn in zijn of haar situatie.
4.2.1 Gebruikelijke hulp
Zie uitleg in bijlage 1
4.2.2 Voorliggende voorzieningen
Voordat wij een maatwerkvoorziening verstrekken, beoordelen wij of de oplossing gevonden kan worden in een voorliggende voorziening. Bijvoorbeeld de bezorgservice voor boodschappen. In het land zijn steeds meer organisaties die voorzien in deze behoefte. Of gebruik maken van warme maaltijden in bijvoorbeeld Huis van de Buurt, kant en klaar maaltijden om op te warmen in de magnetron.
4.2.3 Financiële zelfredzaamheid
Tijdens een huisbezoek kan er een onderzoek naar de financiële situatie van de aanvrager(s) plaatsvinden door het gesprek hierover aan te gaan. Het moet duidelijk zijn dat inwoners die ondanks hun beperkingen zelf in staat zijn de huishoudelijke ondersteuning te betalen, zich er van bewust worden dat de Wet maatschappelijke ondersteuning zich richt op de meest (financieel) kwetsbaren. De gemeente kan hen wijzen op organisaties die naast Wmo zich ook richten op de particuliere markt.
4.2.4 Vormen van huishoudelijke ondersteuning
Huishoudelijke ondersteuning is onder te verdelen in twee vormen:
HH1: Ondersteuning bij het voeren van een huishouden al dan niet met inzet van het sociale netwerk.
HH2: HH1, aangevuld met ondersteuning bij het coördineren van activiteiten die er voor zorgen dat een huishouden gevoerd kan worden.
Het hulpaanbod dient aan te sluiten bij de beoordeling van de gemeente en de wensen van de inwoner die leiden tot realisatie van het schone wonen, naar tevredenheid van de inwoner. Het activiteitenkader dient als uitgangspunt om de taken nader te omschrijven.
4.2.5 Omvang
De omvang van de ondersteuning wordt vastgesteld in activiteiten en frequentie, en wordt vastgelegd in het Huishoudelijk Ondersteuningsplan (HOP). Dit plan wordt gemaakt door de zorgaanbieder, in samenspraak met de cliënt en maakt onderdeel uit van de beschikking.. De informatie uit het keukentafelgesprek (toegangsdocument) wordt door de medewerker Wmo aan de cliënt beschikbaar gesteld en dient als basis voor de zorgaanbieder om de passende ondersteuning te bespreken.
4.2.6 Overbelasting
Wanneer een huisgenoot overbelast blijkt te zijn door de zorg voor cliënt, kan tijdelijk hulp bij het huishouden worden ingezet. Van cliënt en huisgenoot wordt dan verwacht dat zij (eventueel met ondersteuning) onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de overbelasting te verminderen, zodat op den duur de huishoudelijke taken weer door de huisgenoot kunnen worden overgenomen. Alleen wanneer blijkt dat na een tijdelijke indicatie ondanks pogingen van betrokkenen om tot oplossingen te komen niet mogelijk is om de overbelasting te reduceren, kan langdurig hulp bij het huishouden worden ingezet.
4.2.7 Voortzetten hulp na overlijden huisgenoot
Wanneer cliënt overlijdt en een huisgenoot die beperkingen heeft achterblijft, zal de ondersteuning gedurende 6 weken worden voortgezet. Zo heeft de achterblijvende huisgenoot 6 weken de tijd om de hulp op een andere manier te organiseren of de (veranderde) indicatie op zijn/haar naam aan te vragen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1