Naar hoofdinhoud
1.. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen dat gedurende het jaar gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat gedurende het seizoen gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat gedurende het seizoen gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd; kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie. 2.. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens op Tiengemeten die per jaar verhuurd worden en vakantieonderkomens op vaste jaarplaatsen, op vaste seizoenplaatsen, of op seizoenplaatsen, bepaald op 2,3. 3.. Het aantal malen dat door de in het tweede lid bedoelde personen is overnacht wordt: ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens op Tiengemeten die per jaar verhuurd worden en vakantieonderkomens op vaste jaarplaatsen op vaste seizoenplaatsen, of op seizoenplaatsen gedurende de periode van: 1 maart tot en met 31 oktober, bepaald op 45 dagen; 1 januari tot en met 31 december, bepaald op 70 dagen.

Rechtspraak bij dit artikel