Naar hoofdinhoud
1.. Indien de belasting die op grond van artikel 2, onderdeel a, op aangifte behoort te worden voldaan, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, wordt de te weinig geheven belasting nageheven. 2.. De naheffing vindt plaats door een naheffingsaanslag die wordt opgelegd aan degene die de belasting volgens artikel 3 had behoren te betalen. 3.. De naheffingsaanslag wordt berekend over de parkeerduur voor een dag , tenzij aannemelijk is dat het voertuig langer dan een dag zonder betaling geparkeerd heeft gestaan. 4.. Voor het opleggen van een naheffingsaanslag worden kosten in rekening gebracht. Deze kosten maken onderdeel uit van de naheffingsaanslag en worden afzonderlijk op het aanslagbiljet vermeld. Ten aanzien van hetzelfde voertuig worden per aaneengesloten periode de kosten niet vaker dan eenmaal per kalenderdag in rekening gebracht. 5.. Het tarief van de naheffingsaanslag en de hoogte van de kosten bedraagt € 65,30. 6.. De naheffingsaanslag moet in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden voldaan aan het einde van de maand die volgt op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving staat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel