Het college stelt ambtshalve dan wel op aanvraag vast of de persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Hierbij worden de navolgende criteria in acht genomen:
Een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7 eerste lid onder a van de Participatiewet;
Die persoon is niet in staat om met voltijdse arbeid het van toepassing zijnde wettelijk minimumloon te verdienen, is dus verminderd productief, waarbij de loonwaarde 30% - 80% bedraagt en waarbij die persoon op termijn, dat wil zeggen binnen twee jaar, naar 100% van het WML kan worden ontwikkeld.
Die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.