In deze verordening wordt verstaan onder:
aanlegplaats: een door mensen gemaakte constructie dan wel een als zodanig gemarkeerde plaats gelegen in een vaarweg, bedoeld voor het ligplaats nemen met vaartuigen, niet zijnde woonboten, voor een bepaalde periode;
bedrijfsvaartuig: elk vaartuig, waarin of waarop uitsluitend of hoofdzakelijk een beroep, bedrijf of dienst wordt uitgeoefend dan wel dat door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om daarin een beroep, bedrijf of dienst uit te oefenen;
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
college: het college van burgemeester en wethouders;
het gehele gebied: de gebieden van de gemeenten Altena, Dordrecht en Drimmelen samen, zoals weergegeven in bijlage A.
jachthaven: de door het college aangewezen havens;
kampeermiddelen: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
ligplaatsconcentraties: een gedeelte van het openbaar water, geen jachthaven zijnde, dat door het college geschikt wordt geacht om ligplaats in te nemen;
ligplaats nemen: ankeren en meren;
oever: het stuk land, direct grenzend aan het water, tot een afstand van tien meter landinwaarts, te rekenen vanaf de watergrens;
openbaar terrein: elk terrein dat - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijk is en dat ligt in het rechtsgebied;
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
openbare wateren: Alle wateren die - al dan niet met enige beperking - voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn en die liggen in het rechtsgebied;
open boot: een vaartuig zonder stuurhut, zonder slaaphut en zonder kajuit met een maximale lengte van 8 meter. Een overkapping tot maximaal 1/3 van de totale lengte van het vaartuig, mits niet afsluitbaar, is toegestaan;
parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
passagiersschip: een vaartuig dat is gebouwd of bestemd dan wel geschikt is of gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig vervoeren van personen;
pleziervaartuig: elk vaartuig, niet zijnde een woonboot, passagiersschip, binnenvaartschip of bedrijfsvaartuig;
rechtsgebied: het gebied als aangegeven in bijlage A, voor zover gelegen binnen de gemeente Altena;
rietkraag: een van een water of oever deel uitmakende oppervlakte van ten minste één m2, welke is begroeid met riet, biezen, lisdodden en/of helofyten en alle land, water of moeras binnen twee meter afstand hiervan;
standplaats: de al dan niet vaste op een openbare en in de openlucht gelegen plaats, van waaruit goederen dan wel diensten te koop worden aangeboden, verkocht of afgeleverd, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel en waarbij de aanbieder in afwachting van klanten op die plaats al dan niet tijdelijk – stilstaat, niet zijnde een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
vaartuig: elk voorwerp dat bestemd, ingericht is of gebruikt wordt voor het vervoer over water, van personen en/of goederen, danwel een drijvend werktuig of woonboot, alsmede:
vaartuigen die tijdelijk of blijvend de mogelijkheid en/of geschiktheid om te varen of te drijven hebben verloren;
vaartuigen die in aanbouw zijn en casco’s;
wrakken;
vaartuigwrak: een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, alsmede omvangrijke samenstellende delen van vaartuigen die in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren;
venten: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis, niet zijnde:
het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten;
Te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 34;
voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder z en al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
voertuigwrak: een voertuig of chassis dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert;
weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
woonboot: elk vaartuig dat in hoofdzaak of uitsluitend dient of kan dienen tot woon- of nachtverblijf van één of meer personen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1