Naar hoofdinhoud
1.. Komt de klant de verplichtingen (zoals genoemd in artikel 9.2) niet of onvoldoende na? Dan kan de Financiële Winkel besluiten om de schuldhulpverlening te stoppen. De klant krijgt dan een beschikking. 2.. Daarnaast kan de Financiële Winkel besluiten de schuldhulpverlening te stoppen als: het traject van schuldhulpverlening succesvol is afgerond; de klant de beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken om de schulden af te lossen; blijkt dat de klant schuldhulpverlening krijgt op grond van onjuiste gegevens; de klant zich misdraagt tegen de medewerkers die de schuldhulpverlening uitvoeren; de klant in staat is om zelf zijn schulden te regelen, dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren of met hulp van een bewindvoerder; de geboden schuldhulpverlening niet (langer) passend is, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de klant; de schuldhulpverlening volgens de Financiële Winkel niet langer noodzakelijk is; de klant verzoekt om stoppen dan wel intrekken van de schuldhulpverlening; de inkomens-, woon- of leefsituatie van de klant zo onzeker is dat schuldhulpverlening niet of nog niet mogelijk is; de vrijwillige schuldregeling niet geslaagd is en de klant geen gebruik wil maken van het wettelijk schuldregelingstraject (WSNP); de klant verhuist naar een andere gemeente vóór het aangaan van de schuldregelingsovereenkomst. 3.. Voordat de Financiële Winkel besluit de geboden schuldhulpverlening te beëindigen, krijgt de klant een redelijke termijn om alsnog de ontbrekende informatie te of medewerking te verlenen. Dit geldt alleen voor de in het eerste lid beschreven beëindigingsgrond. 4.. Een traject van schuldhulpverlening stopt van rechtswege bij het overlijden van de klant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel