**1..** Geen draagkracht hebben de personen, die een inkomen (exclusief vakantietoeslag) hebben tot 110% van de voor hen van toepassing zijnde bijstandsnorm (exclusief vakantietoeslag) en die geen vermogen hebben boven de voor hen in artikel 34, derde lid, van de wet genoemde vermogensgrens.
De draagkracht wordt telkens voor een periode van een jaar vastgesteld beginnende op de dag van de aanvraag. De draagkracht kan worden bijgesteld als er zodanige wijzigingen in de financiële situatie zijn dat de eerder vastgestelde draagkracht redelijkerwijs niet gehandhaafd kan worden.
**2..** Indien belanghebbende een hoger inkomen heeft dan 110% van de bijstandsnorm wordt de draagkracht vastgesteld op 20% van het meerinkomen tot 130% van de bijstandsnorm, 50% van het meerinkomen tussen 130% en 150% van de bijstandsnorm en 100% van het meerinkomen voor zover dat meer bedraagt dan 150% van de bijstandsnorm.
**3..** Bij de vaststelling van de draagkracht wordt de eigen bijdrage in de kosten van formele kinderopvang, op het inkomen in mindering gebracht.
**4..** Bij de vaststelling van de draagkracht wordt de individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet buiten beschouwing gelaten.