Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Leiderdorp 2021

In deze Verordening en de daarop berustende bepalingen wordt, aanvullend op artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, verstaan onder: abonnementstarief: maximale eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, ongeacht de aard en omvang van de ontvangen ondersteuning, samenstelling van het huishouden en het inkomen en vermogen van de gebruiker en eventuele partner; algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en die financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. andere voorziening: voorziening op basis van een andere wet dan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; bijdrage: bijdrage voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget, als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet; collectief vraagafhankelijk vervoer: Regiotaxi Holland Rijnland; college: college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiderdorp; eigen kracht: het vermogen van personen om zelf, al dan niet met inzet van gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociaal netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen, problemen te verminderen of weg te nemen; gesprek: gesprek na ontvangst van de melding in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; informele hulp: ondersteuning van een inwoner die wordt geboden door familieleden of personen uit het sociaal netwerk van de inwoner. melding: verzoek aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet om onderzoek te doen naar de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; persoonlijk plan: plan waarin een cliënt de omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 2.3.2. vierde lid, van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; specialistische maatschappelijke opvang: In de Leidse regio verwijzen wij op deze manier naar opvang, zoals bedoeld in artikel 1.1.1. eerste lid van de wet, te weten: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; uitvoeringsbesluit: Landelijk uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bevattende de regels ter uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015. verslag: weergave van de uitkomst van het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2, vijfde lid van de wet; wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; wonen met ondersteuning: in de Leidse regio verwijzen wij met deze term naar het begrip beschermd wonen zoals bedoeld in artikel 1.1.1. eerste lid van de wet, te weten: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; zaak: hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, niet zijnde diensten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel