Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
behandelen onvolledige aanvraag
1 De aanvraag vermeldt in ieder geval:
a de naam en het adres van de aanvrager;
b de dagtekening;
c de naam van de school en, voor zover van toepassing, het gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is bestemd;
d welke voorziening wordt aangevraagd;
e de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening;
f de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de voorziening.
2 In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens gaat de aanvraag vergezeld van:
a de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening moet worden gerealiseerd, indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder a, onderdelen 1o tot en met 4o;
b een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak blijkt indien het een voorziening betreft bestaande uit nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw, uit onderhoud aan een gebouw van een school voor basisonderwijs of van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, uit aanpassing aan de buitenzijde van een gebouw van een school voor voortgezet onderwijs of uit herstel van een constructiefout;
c een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering van de voorziening, indien de aanvraag betrekking heeft op een voorziening waarop het gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van toepassing is;
d een voor aanbesteding gereed bouwplan en bouwbegroting, indien de aanvraag volgt op een toekenning van een vergoeding van de kosten van bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 27.
Bij de rapportage als bedoeld onder b wordt gebruik gemaakt van het door het college vastgestelde formulier ‘Bouwkundige opname’.
3 Bij het ontbreken van één of meer gegevens als bedoeld in het eerste of tweede lid deelt het college dit voor 15 december schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld voor 15 januari de ontbrekende gegevens aan te vullen.
Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens niet heeft verstrekt voor 15 januari, besluit het college de aanvraag niet te behandelen.
4 Indien een door het college in behandeling genomen aanvraag betrekking heeft op een voorziening voor een school waarvan de beoordeling van de noodzaak mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op de wettelijke teldatum van 1 oktober van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 6 valt, dan zendt de aanvrager onverwijldaan het college een afschrift van de jaarlijkse opgave aan de minister van het aantal leerlingen dat op de wettelijke teldatum staat ingeschreven op de school, die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw gelegen op het grondgebied van de gemeente. Indien het afschrift niet binnen een week na het tijdstip van de wettelijke teldatum is ontvangen, deelt het college dit schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld het afschrift van de opgave alsnog binnen drie dagen na de datum van ontvangst van de mededeling in te dienen. Indien het afschrift van de opgave niet binnen de termijn bedoeld in de vorige volzin is verstrekt, besluit het college de aanvraag niet te behandelen.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente De Bilt 2007