Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2021

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet de aanslag, die valt onder hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel, dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt twee maanden na dagtekening van de aanslag. 2.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet de aanslag, die valt onder hoofdstuk 3 en 4 van de tarieventabel, worden betaald in één termijn die vervalt binnen 30 dagen na dagtekening van de aanslag. 3.. Voor belastingaanslagen, die vallen onder hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel, kan een machtiging tot automatische incasso worden afgegeven. Voor aanslagen, die vallen onder hoofdstuk 3 en 4 van de tarieventabel, is dit niet mogelijk. Belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, worden betaald in tien maandelijkse termijnen. Als de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen voor of op de 15de van een kalendermaand, vervalt de eerste incassotermijn nog in diezelfde kalendermaand. In alle andere gevallen vervalt de eerste incassotermijn aan het einde van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen. 4.. Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 10,00 of minder bedraagt, wordt dit bedrag in afwijking van lid van dit artikel in één termijn afgeschreven twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 5.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel lid gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel