Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.
In deze verordening wordt verstaan onder:
a wet: Wet werk en bijstand;
b college: college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn;
c maatregel: het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18, tweede lid, of de langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 lid 6 van de wet;
d inlichtingenplicht: de verplichtingen genoemd in artikel 17;
e benadelingsbedrag: het door de gemeente ten onrechte uitbetaalde bedrag aan bijstand verhoogd met de loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verstrekt op grond van Wet op de loonbelasting 1964 inhoudsplichtige is alsmede met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.
HOOFDSTUK 2 De maatregel
Artikel 2 Het opleggen van een maatregel
Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet of de artikelen 28, tweede lid, of artikel 29, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.
Een maatregel wordt afgestemd op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van belanghebbende:
niet verwijtbaar geen maatregel
licht verwijtbaar halvering van het percentage van de
standaardmaatregel
verwijtbaar standaardmaatregel
ernstig verwijtbaar anderhalf maal het percentage van de
standaardmaatregel
zeer ernstig verwijtbaar verdubbeling van het percentage van de
standaardmaatregel.
Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld mondeling dan wel schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen.