Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 16

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening 2006

Onverminderd artikel 2, tweede lid wordt, indien belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, anders dan door gedragingen als bedoeld in de hoofdstukken 3 en 4 van deze verordening heeft betoond op grond van artikel 18, tweede lid van de wet, de bijstand verlaagd. Onder tekortschietend besef wordt in ieder geval begrepen het op onverantwoorde wijze besteden van vermogen waarbij inbegrepen: het doen van een schenking, geen aanspraak maken op of het niet te gelde maken van voorliggende voorzieningen voorafgaand aan of tijdens de bijstandsverlening. Voor de verlaging als genoemd in lid 1 wordt uitgegaan van de bijstand of bijzondere bijstand die als gevolg van de verwijtbare gedragingen in dit artikel meer wordt verstrekt: bij een bedrag tot € 1.000: 10 % van de bijstandsnorm gedurende één maand; bij een bedrag van € 1.000 tot € 2.000: 20 % van de bijstandsnorm gedurende één maand; bij een bedrag van € 2.000 tot € 4.000: 40 % van de bijstandsnorm gedurende één maand; bij een bedrag van € 4.000 of meer: 50 % van de bijstandsnorm gedurende één maand. Tevens wordt de bijstand die als gevolg van de verwijtbare gedragingen in dit artikel meer wordt verstrekt in de vorm van een geldlening ex artikel 48 verleend. Indien de omstandigheden, mogelijkheden en/of middelen van belanghebbende hiertoe aanleiding geven kan hiervan worden afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel