Naar hoofdinhoud
1. . De precariobelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die de ligplaats inneemt. Als degene die de ligplaats inneemt, wordt aangemerkt de houder van een ligplaatsvergunning, en bij gebreke van een ligplaatsvergunning: de bewoner van het woonschip onderscheidenlijk de gebruiker van het bedrijfsschip. 2. . De precariobelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger, indien het college een vergunning heeft verleend voor het hebben van een drijvend terras op of boven voor de openbare dienst bestemd gemeentewater. Bij gebreke van een vergunning wordt als belastingplichtige aangemerkt de gebruiker van het drijvende terras.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel