**1..** Op de aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening ontvangt de jeugdige en/of ouder(s) binnen 2 weken een beslissing van de gemeente, in de vorm van een beschikking.
Indien deze termijn overschreden lijkt te worden, zal op grond van de Awb de jeugdige en/of ouder(s) schriftelijk geïnformeerd worden over een verlenging of opschorting van deze termijn.
**2..** Indien er sprake is van meerdere individuele maatwerkvoorzieningen en de aanvraag betreft een wijziging van één van de individuele maatwerkvoorzieningen, dan volstaat een wijzigingsbeschikking voor dit onderdeel.
**3..** Indien de jeugdige en/of ouder(s) geen medewerking heeft verleend aan een zorgvuldig onderzoek én er is gebleken dat zonder dit onderzoek de toegankelijkheid en passendheid van ondersteuning in de vorm van een individuele maatwerkvoorziening niet is vast te stellen, kan de aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening afgewezen worden.
**4..** Een voorziening (ZIN en PGB) kan in beginsel niet met terugwerkende kracht worden verstrekt.
**5..** De duur van de beschikking is maximaal 1 jaar.
Indien de individuele maatwerkvoorziening afgegeven wordt in de vorm van een traject gericht op herstel, betreft het een te verwachten einddatum en is verlenging van de beschikking mogelijk.
**6..** In afwijking op lid 5 kan de looptijd langer dan 1 jaar zijn als er sprake is van:
Dyslexiezorg.
Een overbrugging naar de start van het schooljaar.
Een ernstige lichamelijke/psychische beperking waarvoor langdurige ondersteuning nodig is.
Pleegzorg ‘Perspectief-biedend’, indien is besloten dat een jeugdige niet meer terug naar huis kan en langdurig in het pleeggezin zal verblijven. De beschikking zal in dit geval in principe een looptijd hebben tot de jeugdige de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, tenzij de jeugdige heeft aangegeven dat hij na zijn 18e geen gebruik meer wil maken van pleegzorg.
**7..** In de beschikking worden de rechten en plichten met betrekking tot de verstrekte voorziening, conform artikel 12 van de Verordening, vastgelegd.
In de beschikking wordt de termijn van 3 maanden vastgelegd, waarbinnen de jeugdige en/of ouder(s) zich moet melden bij een zorgaanbieder dan wel het PGB moet besteden.
In de beschikking wordt, indien van toepassing, informatie opgenomen over het trekkingsrecht bij een PGB.
**10..** De jeugdige en/of ouder(s) heeft het recht om tegen de beschikking in bezwaar te gaan. De wijze waarop de jeugdige en/of ouder(s) in bezwaar kunnen gaan wordt met de beschikking meegezonden.
**11..** Indien een beschikking is afgegeven en het blijkt naderhand dat de geboden ondersteuning onvoldoende bijdraagt aan het te behalen resultaat, de geboden ondersteuning kwalitatief onvoldoende is of de geboden ondersteuning niet rechtmatig is, danwel het resultaat, de kwaliteit en/of de rechtmatigheid niet goed is vast te stellen, kan dit aanleiding zijn voor een (herbeoordelings-) onderzoek en/of een wijziging of het intrekken van de beschikking.