Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 13

Voorwaarden persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Peel en Maas

Bij het opstellen van het ondersteuningsplan worden de voorwaarden in artikel 2.3.6, lid 2 sub a en c van de wet getoetst. Als resultaat hiervan wordt in het ondersteuningsplan een motivering opgenomen in hoeverre: De burger op eigen kracht of met zijn sociaal netwerk of vertegenwoordiger de bij een pgb behorende taken en verplichtingen kan uitvoeren zoals bedoeld in artikel 2.3.6. lid 2 onder a, van de wet; Een pgb leidt tot het door de burger gewenste resultaat, welke vorm van ondersteuning hierbij passend is en welke kwaliteitseisen gelden voor besteding van het pgb. Hulpmiddelen, woonvoorzieningen en woningaanpassingen moeten voldoen aan een programma van eisen. De kwaliteit van de ondersteuning wordt geborgd door inzet van voorzieningen die past bij de mate van kwetsbaarheid van de burger. Dit wordt in het ondersteuningsplan bepaald en vastgelegd. De pgb-beheerder stelt het belang van de cliënt centraal en er mag geen sprake zijn van belangenverstrengeling. De zorgaanbieder/zorgverlener, diens vast/flexibel personeel, diens organisatie adviseur of op andere wijze aan de zorgaanbieder verbonden persoon mogen daarom geen pgb-beheerder zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel