1De ingevolge artikel 17 door het college aangewezen ambtenaren zijn bevoegd de werkzaamheden feitelijk stil te leggen indien deze worden uitgevoerd;
A- zonder vergunning zoals bedoeld in artikel 9;
B- in afwijking van de verleende vergunning.
2 De daartoe bevoegde ambtenaar die tot het stilleggen van de werkzaamheden is overgegaan, kan proces-verbaal opmaken van het stilleggen en deelt dit alsdan in afschrift mede aan degene tot wie dit bevel tot stilleggen van de werkzaamheden is gericht.