Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerend monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. Het College hanteert daarbij het puntenstelsel monumentenselectie. Daar waar sprake is van een zaak of zaken met grote kwaliteit kan een onderdeel c.q. kunnen onderdelen van het interieur, deel uitmakend van een onroerend goed, aangewezen worden als beschermd gemeentelijk monument.
Het college kan een beschermd martiaal object aanwijzen.
Het college kan een beschermd dorpsgezicht of landgoed aanwijzen.
Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, overlegt het dit met de zakelijk gerechtigde en vraagt het advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven.
Het college kanten behoeve van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.
Voordat het college een kerkelijk monument aanwijst, voert hetoverleg met de eigenaar.
De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.
De aanwijzing kan geen dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.
De raad stelt, ter bescherming van een beschermd gemeentelijk dorpsgezicht of beschermd gemeentelijk landgoed, een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening.
Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd gemeentelijk dorpsgezicht of beschermd gemeentelijk landgoed wordt door het college bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van lid 9 kunnen worden aangemerkt.
Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van het college.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1.
Artikel 3
De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument of beschermd martiaal object; de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht of landgoed
Onderdeel van Monumentenverordening