In het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeergelegenheid per vergunninggebied, kan het college nadere regels stellen ten aanzien van:
- - de indeling in vergunninggebieden en de grenzen daarvan;
- - het instellen van een vergunningplafond per vergunninggebied, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in de categorieën vergunningen als bedoeld in artikel 5;
- - het instellen van een maximum aantal vergunningen dat voor een woonadres of ander adres kan worden verleend, waarbij dat maximum ook nul kan zijn;
- - het aanvragen, verlenen en gebruiken van een vergunning;
- - het vaststellen van tijdstippen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan;
- - het gebruik van het instrument van overloopgebieden, alsmede het aanwijzen van overloopgebieden.