Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:
op verzoek van vergunninghouder;
wanneer vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de verleende vergunning als bedoeld in artikel 5, dan wel niet meer voldoet aan de toepasselijke voorwaarden die zijn opgenomen in nadere regels van het college;
wanneer zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
wanneer vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;
wanneer het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend is geschorst;
wanneer vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
bij het niet (volledig) nakomen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening;
om redenen van openbaar belang.