Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 2:10 lid 5 APV zijn de volgende algemene regels vastgesteld betreffende de wijze van plaatsing van de genoemde voorwerpcategorieën en geldt het verbod zoals opgenomen in artikel 2:10 lid 1 APV niet voor:
voorwerpen of stoffen die, incidenteel, na zonsopgang op een openbare plaats niet zijnde een rijbaan of betaald parkeerplaats worden geplaatst en diezelfde dag voor zonsondergang weer verwijderd zijn, indien wordt voldaan aan de volgende regels:
De voorwerpen of stoffen moeten zodanig zijn geplaatst dat ze niet kunnen omvallen of verwaaien.
De voorwerpen of stoffen mogen geen gevaar opleveren voor het verkeer. Ze mogen niet zijn geplaatst binnen een afstand van 5 m tot een kruising.
De voorwerpen of stoffen mogen niet zijn geplaatst op een verlaagde stoeprand, bedoeld voor rolstoelen, scootmobielen en dergelijke, of op een andere wijze waardoor het gebruik van de bedoelde verlaging wordt belemmerd.
De voorwerpen of stoffen mogen niet zijn geplaatst op een plaats die is aangewezen als aanbiedplaats voor afvalcontainers.
De voorwerpen of stoffen mogen niet zodanig zijn geplaatst dat ondergrondse afvalcontainers niet bereikbaar zijn en/of niet kunnen worden geleegd.
De voorwerpen of stoffen mogen niet zodanig zijn geplaatst dat daardoor een rioolpomp, brandkraan, AED of laadstation voor elektrische auto’s/fietsen daardoor niet bereikbaar is.
De voorwerpen of stoffen mogen niet zodanig zijn geplaatst dat daardoor het perceel van een derde niet bereikbaar is.
Er moet te allen tijde een voor voetgangers beschikbare vrije doorloopruimte van 1,80 meter worden aangehouden.
Als gevolg van de plaatsing van het voorwerp of de stof mag geen schade worden toegebracht aan de openbare plaats, geen gevaar ontstaan voor de bruikbaarheid van de openbare plaats en geen belemmering ontstaan voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan.
een op het strand geplaatste tafel, bank, kist of paal dan wel een op het strand geplaatst windscherm of strandtentje indien wordt voldaan aan de volgende regels:
De voorwerpen moeten zijn geplaatst door badgasten ten behoeve van het persoonlijk gebruik daarvan door het gezelschap waartoe zij behoren.
De voorwerpen mogen tussen 24.00 uur en 06.00 uur niet op het strand aanwezig zijn.
Elk object moet te allen tijde zodanig goed zichtbaar zijn voor gebruikers van het strand dat het object geen gevaar vormt voor voorbijgangers.
De voorwerpen moeten zodanig zijn geplaatst dat andere strandbezoekers daar niet meer hinder van ondervinden dan redelijkerwijs acceptabel moet worden geacht.
Een object mag geen zodanig scherpe randen of uitsteeksels hebben dat voorbijgangers zich daaraan kunnen bezeren.
Elk object moet constructief deugdelijk zijn en niet kunnen omvallen en/of wegwaaien.
Elk object moet zodanig zijn geplaatst, dat de aanwezigheid daarvan geen belemmering vormt voor de vrije doorgang van hulpdiensten.
Alle door opsporingsambtenaren of toezichthoudend ambtenaren gegeven aanwijzingen ter nadere invulling van de aan de voorgaande regels moeten direct worden opgevolgd.
de door of namens de gemeente geplaatste aanplakborden of digitale panelen in het kader van verkiezingen van publiekrechtelijke organen, indien wordt voldaan aan de volgende regels:
De borden en panelen moeten van een deugdelijke constructie zijn en niet kunnen omvallen en/of wegwaaien.
De borden en panelen moeten zodanig zijn geplaatst dat er geen (verkeers-) onveilige situatie door ontstaat.
De borden en panelen moeten direct na de verkiezingen worden verwijderd.
bouwwerken ten behoeve van infrastructuur of openbare voorziening zoals bedoeld in artikel 2 lid 18 van Bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) indien wordt voldaan aan de volgende regels:
Elk object moet in goede staat van onderhoud verkeren.
Elk object moet passend zijn binnen de omgeving.
Elk object moet zodanig zijn geconstrueerd en geplaatst, dat het object geen gevaar kan vormen voor de (verkeers-) veiligheid.
Het object moet zijn geplaatst door of namens de gemeente.
borden in het kader van een bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit indien wordt voldaan aan de volgende regels:
Het bord moet betrekking hebben op en functioneel zijn voor de betreffende bouw, onderhouds- of sloopactiviteit in de nabijheid waarvan het bord is geplaatst.
Het bord moet zijn geplaatst op of in de onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop de activiteit of werkzaamheid wordt uitgevoerd.
Het bord mag uitsluitend aanwezig zijn gedurende de activiteiten en moet binnen een week na oplevering van het werk zijn verwijderd.
Het bord moet zijn gemaakt van deugdelijk materiaal, deugdelijk zijn bevestigd en niet kunnen omvallen of wegwaaien.
Het bord mag maximaal 2 m x 2 m groot zijn.
Het bord moet in goede staat van onderhoud verkeren en mag niet ontsierend zijn.
bouwsteigers waarvoor geen omgevingsvergunning is verleend, bijvoorbeeld steigers ten behoeve van de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden, voor zover niet langer aanwezig dan 14 dagen en mits wordt voldaan aan de volgende regels:
Tussen meerdere perioden van 14 dagen moet ten minste een periode van 7 dagen worden aangehouden dat er geen steiger aanwezig is.
De steiger mag niet op de rijbaan zijn geplaatst.
Als de steiger (deels) op het trottoir wordt geplaatst, moet dat zodanig gebeuren, dat er op dat trottoir te allen tijde een vrije doorgang voor voetgangers van ten minste 1,80 m breed wordt vrijgehouden.
Het uitzetten van stempels moet zodanig gebeuren dat andere weggebruikers daar geen hinder van ondervinden of letsel oplopen.
Elke steiger moet te allen tijde, dus ook ’s nachts, zodanig goed zichtbaar zijn voor gebruikers van het publiek terrein dat de steiger geen gevaar vormt voor voorbijgangers. Indien die zichtbaarheid slechts gewaarborgd kan worden door het treffen van extra voorzieningen, zoals verlichting, afzetlint of dergelijke, moet degene die de steiger heeft geplaatst en/of gebruikt daarvoor blijvend zorgdragen.
Een steiger mag geen zodanig scherpe randen of uitsteeksels hebben dat voorbijgangers zich daaraan kunnen bezeren.
Een steiger moet constructief deugdelijk zijn en niet kunnen omvallen.
Een steiger moet zodanig worden gebruikt en zijn ingericht, dat eventueel gevaar van vallende voorwerpen vanaf de steiger zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Als gevolg van het plaatsen van de steiger en/of het gebruik daarvan mag geen verontreiniging van de omgeving plaatsvinden.
Visuele hinder als gevolg van de plaatsing van een object moet zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, worden voorkomen.
Elke steiger moet in goede staat van onderhoud verkeren.
Er mag op geen enkele wijze schade worden aangebracht aan eigendommen van derden of aan gemeentelijk eigendom.
Indien en voor zolang ter plaatse van een geplaatste steiger door of vanwege de gemeente werkzaamheden moeten worden uitgevoerd aan de weg of aan kabels en/of leidingen in de weg, moet de bedoelde steiger op eerste aanzegging van een toezichthoudend ambtenaar worden verwijderd.
Een steiger moet zodanig zijn geplaatst, dat de aanwezigheid daarvan geen belemmering vormt voor het onderhoud van de aangrenzende delen van de openbare weg.
Een steiger moet zodanig zijn geplaatst dat alle in- en uitgangen van bedrijven, winkels en woningen vrij toegankelijk zijn.
Alle door opsporingsambtenaren of toezichthoudend ambtenaren gegeven aanwijzingen ter nadere invulling van deze algemene regels moeten direct worden opgevolgd.
Als een steiger (deels) op gemeentegrond wordt geplaatst, moet dat (in verband met mogelijke precario-heffing) worden gemeld aan het Team Belastingen van de gemeente Noordwijk.
een puinbak of container met inbegrip van de daarin opgeslagen roerende goederen mits niet langer aanwezig dan 14 dagen en indien wordt voldaan aan de volgende regels.
Een puinbak of container mag niet groter zijn dan 2,4 meter breed, 4,5 meter lang en 2,75 meter hoog.
De plaatsing van de puinbak of container, anders dan ter vervanging van een volle bak of container (waarbij de aaneengesloten periode van vervangende bakken niet langer mag zijn dan 14 dagen), mag niet volgen op de plaatsing van een voorgaande puinbak of container zonder een tussenpoos aan te houden van ten minste 14 dagen.
Een puinbak of container mag niet worden geplaatst op minder dan 50 meter van een andere, ten behoeve van hetzelfde perceel geplaatste, puinbak of container.
Een puinbak of container mag niet zijn of worden geplaatst op een marktterrein, evenementlocatie, kinderspeelplaats, zandbak, plantsoen of speelweide.
Als een puinbak of container (deels) op het trottoir wordt geplaatst, moet dat zodanig gebeuren, dat er op dat trottoir te allen tijde een vrije doorgang voor voetgangers van ten minste 1,80 m breed wordt vrijgehouden.
Als een puincontainer op het trottoir wordt geplaatst moet het trottoir op doelmatige wijze tegen overbelasting worden beschermd, bijvoorbeeld door het aanbrengen van rijplaten.
Als een puinbak of container wordt geplaatst op een voor parkeren bestemde plaats, moet dat zodanig gebeuren dat er ten hoogste twee parkeervakken worden bezet.
Een puinbak of container mag niet zijn geplaatst op een parkeerplaats bestemd voor speciale doelgroepen zoals invalide-parkeerplaatsen, laad- en losplaatsen en oplaadplaatsen voor elektrische auto’s.
Een puinbak of container wordt bij voorkeur niet op een betaald-parkeerplaats gezet. Als een andere locatie niet mogelijk is, moet dit worden gemeld aan de parkeerbeheer-organisatie en aan het Team Belastingen van de gemeente Noordwijk. De gederfde parkeerinkomsten kunnen in rekening worden gebracht.
Een puinbak of container moet zodanig zijn geplaatst dat alle in- en uitgangen van bedrijven, winkels en woningen vrij toegankelijk zijn.
Een puinbak of container moet zodanig zijn geplaatst, dat de vrije doorgang van rijdend verkeer niet wordt belemmerd.
Door het plaatsen van het object mag het uitzicht voor het verkeer niet zodanig nadelig worden beïnvloed dat daardoor gevaarlijke situaties (kunnen) worden veroorzaakt.
Elke puinbak of container moet te allen tijde, dus ook ’s nachts, zodanig goed zichtbaar zijn voor gebruikers van het publiek terrein dat het object geen gevaar vormt voor voorbijgangers. Daartoe moet worden voldaan aan de “Richtlijnen voor het markeren van onverlichte obstakels” (CROW-richtlijn 130).
Afdoende maatregelen moeten zijn getroffen om te voorkomen dat voorwerpen of stoffen uit de container of puinbak kunnen vallen of waaien. Als bij het storten van vuil vanaf een hoger gelegen verdieping geen gebruik wordt gemaakt van een gesloten stortkoker, moet de container door middel van dekzeilen en schotten zodanig zijn afgeschermd dat geen gevaar ontstaat voor derden en dat derden geen hinder ondervinden van opwaaiend stof.
De directe omgeving van een puinbak moet schoon worden gehouden.
Op 31 december mag er in een open container of puinbak geen brandbaar materiaal zijn opgeslagen.
Indien en voor zolang ter plaatse van een geplaatste puinbak of container door of vanwege de gemeente werkzaamheden moeten worden uitgevoerd aan de weg of aan kabels en/of leidingen in de weg, moet de bedoelde puinbak of container op eerste aanzegging van toezichthoudend ambtenaren worden verwijderd.
Een puinbak of container moet zodanig zijn geplaatst, dat de aanwezigheid daarvan geen belemmering vormt voor het onderhoud van de aangrenzende delen van de openbare weg.
Alle door opsporingsambtenaren of toezichthoudend ambtenaren gegeven aanwijzingen ter nadere invulling van deze algemene regels moeten direct worden opgevolgd.
Als een puinbak of container (deels) op gemeentegrond wordt geplaatst, moet dat (in verband met mogelijke heffing van precariobelasting) worden gemeld aan het Team Belastingen van de gemeente Noordwijk. Melding kan worden gedaan via e-mail aan handhaving@noordwijk.nl.
vlaggen, wimpels, vlaggenmasten en spandoeken indien wordt voldaan aan de volgende regels:
Een vlaggenmast mag niet langer dan 30 dagen op dezelfde plaats staan.
Een spandoek mag niet langer dan 7 dagen op dezelfde plaats hangen.
Een vlaggenmast moet zijn vervaardigd van deugdelijk materiaal, moet in goede staat van onderhoud verkeren en mag niet kunnen omvallen.
Een aan een vlaggenmast bevestigde hijslijn moet zodanig zijn bevestigd en/of afgebonden, dat er geen geluidhinder voor derden worden veroorzaakt door het klapperen van de bedoelde hijslijn. Ook het “fluiten” of “gieren” als gevolg van langs de mast of een lijn blazende wind moet doelmatig worden voorkomen.
Het plaatsen of geplaatst hebben van een beachvlag is uitsluitend toegestaan op het strand en bij benzinestations.
Vlaggen, wimpels en spandoeken mogen niet zijn bevestigd aan lichtmasten of verkeersborden.
Voor het ophangen van vlaggen, wimpels of spandoeken mag geen gestempelde hoogwerker worden gebruikt.
Vlaggen, wimpels en spandoeken moeten zijn vervaardigd van deugdelijk materiaal, moeten weerbestendig en kleurvast zijn en moeten in goede staat van onderhoud zijn.
Door de objecten mag geen visuele hinder voor derden ontstaan.
Door het plaatsen/ophangen van het object mag het uitzicht voor het verkeer niet zodanig nadelig worden beïnvloed dat daardoor gevaarlijke situaties (kunnen) worden veroorzaakt.
kerstbomen, geplaatst en aanwezig in de periode 1 december tot en met 30 december indienwordt voldaan aan de volgende regels:
De kerstboom moet in de buitenlucht zijn geplaatst.
De kerstboom mag niet hoger zijn dan 4 meter.
Het plaatsen van de kerstboom moet veilig kunnen plaatsvinden zonder dat de weg (tijdelijk) wordt afgesloten. Indien een veilige plaatsing niet mogelijk is zonder gedeeltelijke afsluiting van de weg moet een vergunning worden aangevraagd.
Elke kerstboom moet op deugdelijke wijze zijn geplaatst en wel zodanig, dat de boom niet kan omvallen en/of wegwaaien.
Een kerstboom mag niet zijn vastgemaakt aan gemeentelijk straatmeubilair zoals een lichtmast of verkeersbord.
Als de boom wordt vastgezet door middel van in de grond geslagen pinnen, mogen die pinnen niet dieper dan 0,50 m in de grond worden geslagen. Het slaan van de pinnen moet zodanig gebeuren, dat geen schade wordt veroorzaakt aan de bestrating.
Voor het plaatsen van de boom mag niet worden gegraven in gemeentegrond.
Er mag op geen enkele wijze schade worden aangebracht aan eigendommen van derden of aan gemeentelijk eigendom.
Als er in of aan de boom objecten (zoals kerstballen) zijn geplaatst, moet dat zodanig zijn gedaan, dat die objecten er niet uit kunnen vallen of waaien.
Als gevolg van het plaatsen van een boom c.a. mag geen verontreiniging van de omgeving plaatsvinden.
Als een kerstboom (deels) op het trottoir wordt geplaatst, moet dat zodanig gebeuren, dat er op dat trottoir te allen tijde een vrije doorgang voor voetgangers van ten minste 1,80 m breed wordt vrijgehouden.
Een kerstboom moet zodanig zijn geplaatst dat alle (nood-) in- en uitgangen van bedrijven, winkels, woningen en percelen van derden niet worden geblokkeerd.
Elke boom moet in goede staat van onderhoud verkeren.
Elke boom moet zodanig worden geplaatst, dat er geen visuele hinder ontstaat in een mate die redelijkerwijze als ontoelaatbaar moet worden geacht.
Indien en voor zolang ter plaatse van een kerstboom door of vanwege de gemeente werkzaamheden moeten worden uitgevoerd aan de weg of aan kabels en/of leidingen in de weg, moet het bedoelde object op eerste aanzegging van toezichthoudend ambtenaren worden verwijderd.
Elke boom moet zodanig zijn geplaatst, dat de aanwezigheid daarvan geen belemmering vormt voor het onderhoud van de aangrenzende delen van de openbare weg.
Als in een kerstboom verlichting is aangebracht, moet die verlichting geschikt zijn voor buitengebruik. Ook eventuele verlengsnoeren en stekker/stopcontacten moeten geschikt zijn voor buitengebruik. Snoerhaspels moeten tijdens gebruik volledig zijn afgerold.
Elke kerstboom moet in een zodanige staat verkeren, dat de boom geen brandgevaar vormt. Om dat vast te stellen kan desgewenst gebruik worden gemaakt van de door de brandweer geadviseerde eenvoudige brandproef. Als een dergelijke proef wordt gedaan door de brandweer of een andere met controle belaste instantie moet door de eigenaar van de boom worden toegestaan dat de bedoelde proef wordt uitgevoerd. Indien nodig moet de boom zijn of worden geïmpregneerd met een brandvertragend middel.
Als een kerstboom op gemeentegrond wordt geplaatst, moet dat (in verband met mogelijke precario-heffing) worden gemeld aan het Team Belastingen van de gemeente Noordwijk.
Alle door opsporingsambtenaren of toezichthoudend ambtenaren gegeven aanwijzingen ter nadere invulling van de voorgaande regels moeten direct worden opgevolgd.
elektrische laadkabel die wordt gebruikt voor het opladen van een elektrisch voertuig in de openbare ruimte vanaf een laadpunt op particulier terrein indien wordt voldaan aan de volgende regels:
De elektrische laadkabel mag uitsluitend (deels) op een openbare plaats aanwezig zijn indien het op te laden elektrische voertuig is geparkeerd direct voor, naast of achter de woning vanwaar de stroom afgenomen wordt.
De elektrische laadkabel mag uitsluitend worden gebruikt voor het opladen van een elektrisch voertuig waarvoor geen parkeermogelijkheid (oprit, garage of carport) aanwezig is op het terrein vanwaar de stroom wordt afgenomen.
In de openbare ruimte mag de elektrische laadkabel uitsluitend zijn neergelegd op een verharde ondergrond (trottoir of loopstrook). De elektrische laadkabel mag niet op openbaar groen, een rijbaan of fietspad liggen.
Het laadpunt moet zich volledig op particulier terrein bevinden.
De elektrische laadkabel die wordt gebruikt en bedoeld is voor elektrische voertuigen moet in goede staat zijn en mag geen zichtbare beschadigingen vertonen.
De elektrische laadkabel moet zijn voorzien van een zichtbare CE-certificering.
De elektrische laadkabel mag maximaal 10 meter lang zijn en een diameter van maximaal 20 millimeter hebben. Als de laadkabel langer is dan de te overbruggen afstand moet het overbodige deel van de laadkabel op eigen terrein liggen.
De elektrische laadkabel moet zodanig zijn neergelegd, dat het deel van de laadkabel dat op het trottoir ligt zo klein mogelijk is. Over het algemeen betekent dat, dat de laadkabel haaks op de lengterichting van het trottoir moet zijn gelegd.
Wanneer de laadkabelaansluiting van het elektrische voertuig is gesitueerd aan de zijde waar rijdend verkeer kan passeren, moet de elektrische laadkabel zodanig zijn aangebracht dat de stekker en de laadkabel niet verder uitsteken dan de zijspiegel van het elektrische voertuig.
De elektrische laadkabel moet zodanig zijn geplaatst dat deze altijd vlak op de grond ligt en niet kan kantelen, opkrullen, verschuiven of verwaaien.
De gebruiker mag met de laadkabel geen overmatige overlast veroorzaken op het trottoir.
De elektrische laadkabel moet te allen tijde, dus ook ’s nachts, zodanig goed zichtbaar zijn voor gebruikers van het publiek terrein dat het voorwerp geen gevaar vormt voor voorbijgangers. Indien die zichtbaarheid gedurende bepaalde perioden niet gewaarborgd kan worden, mag de laadkabel gedurende die perioden niet zijn neergelegd.
Het gebruik van de elektrische laadkabel mag geen gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van een openbare plaats of constructies van derden (bijvoorbeeld een tuinhekje) en geen belemmering vormen voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan.
De elektrische laadkabel mag uitsluitend op een openbare plaats aanwezig zijn gedurende het opladen van een elektrisch voertuig. Als het voertuig opgeladen is, moet de laadkabel direct verwijderd worden.
Een openbare parkeerplaats mag door een gebruiker van een elektrische laadkabel niet gereserveerd worden. Een openbare parkeerplaats moet voor iedereen bruikbaar zijn.
Het gebruik van de elektrische laadkabel in de openbare ruimte mag op geen enkele wijze schade aanbrengen aan eigendommen van derden of aan gemeentelijk eigendom. De laadkabel mag niet (bijvoorbeeld met behulp van lijm of schroeven) aan gemeentelijke eigendommen zijn vastgemaakt.
De gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik van een elektrische laadkabel voor het opladen van een elektrisch voertuig in de openbare ruimte vanaf een laadpunt op particulier terrein. De gemeente is niet aansprakelijk voor schade door een gebruiker of anderen als gevolg van het gebruik van de kabel in de openbare ruimte.
De toiletunit mag slechts bestaan uit één toilet met als maximale afmetingen 160 cm x 160 cm x 240 cm (b x d x h).
De toiletunit moet bestaan uit vier wanden, onderkant en bovenkant.
De toiletunit moet in goede staat van onderhoud verkeren. De deur moet zijn voorzien van een goed werkende sluiting met slot.
De toiletunit mag niet langer dan 30 dagen op dezelfde plaats blijven staan, waarbij een verplaatsing van minder dan 10 meter wordt beschouwd als op dezelfde plaats.
De plaatsing van de toiletunit, anders dan ter vervanging van een kapotte of vuile unit (waarbij de aaneengesloten periode van vervangende units niet langer mag zijn dan 30 dagen), mag niet volgen op de plaatsing van een voorgaande toiletunit zonder een tussenpoos aan te houden van ten minste 7 dagen.
Een toiletunit mag niet worden geplaatst op minder dan 20 meter van een andere, ten behoeve van hetzelfde perceel geplaatste, toiletunit.
Als een toiletunit (deels) op het trottoir wordt geplaatst, moet dat zodanig gebeuren, dat er op dat trottoir te allen tijde een vrije doorgang voor voetgangers van ten minste 1,80 m breed wordt vrijgehouden.
De toiletunit moet zijn geplaatst op een verharde ondergrond.
De toiletunit mag niet zijn geplaatst op een verlaagde stoeprand, bedoeld voor rolstoelen, scootmobielen en dergelijke, of op een andere wijze waardoor het gebruik van de bedoelde verlaging wordt belemmerd.
De toiletunit mag niet zijn geplaatst op een plaats die is aangewezen als aanbiedplaats voor afvalcontainers.
De toiletunit mag niet zodanig zijn geplaatst dat ondergrondse afvalcontainers niet bereikbaar zijn en/of niet kunnen worden geleegd.
De toiletunit mag niet zodanig zijn geplaatst dat daardoor een rioolpomp, brandkraan, AED of laadstation voor elektrische auto’s/fietsen niet bereikbaar is.
De toiletunit mag niet zijn geplaatst op een betaald-parkeerplaats of parkeerplaats bestemd voor speciale doelgroepen zoals invalide-parkeerplaatsen, laad- en losplaatsen en oplaadplaatsen voor elektrische auto’s.
De toiletunit moet zodanig zijn geplaatst dat alle in- en uitgangen van bedrijven, winkels en woningen vrij toegankelijk zijn.
De toiletunit moet zodanig zijn geplaatst, dat de vrije doorgang van rijdend verkeer niet wordt belemmerd.
Door het plaatsen van het object mag het uitzicht voor het verkeer niet zodanig nadelig worden beïnvloed dat daardoor gevaarlijke situaties (kunnen) worden veroorzaakt.
De toiletunit moet te allen tijde, dus ook ’s nachts, zodanig goed zichtbaar zijn voor gebruikers van het publiek terrein dat het object geen gevaar vormt voor voorbijgangers.
De toiletunit moet zodanig zijn geplaatst dat de unit niet kan omvallen of omwaaien.
Afdoende maatregelen moeten zijn getroffen om te voorkomen dat voorwerpen of stoffen onbedoeld uit de toiletunit kunnen geraken.
De directe omgeving van de toiletunit moet schoon worden gehouden.
De toiletunit mag niet langer blijven staan dan noodzakelijk voor het beoogde gebruik. Een niet (meer) gebruikte toiletunit moet binnen 7 dagen worden verwijderd.
De toiletunit moet zodanig worden geplaatst dat omwonenden daarvan niet meer (visuele) hinder of overlast ondervinden dan dat redelijkerwijze toelaatbaar moet worden geacht.
Indien en voor zolang ter plaatse van een geplaatste toiletunit door of vanwege de gemeente werkzaamheden moeten worden uitgevoerd aan de weg of aan kabels en/of leidingen in de weg, moet de bedoelde unit op eerste aanzegging van toezichthoudend ambtenaren worden verwijderd.
Alle door opsporingsambtenaren of toezichthoudend ambtenaren gegeven aanwijzingen ter nadere invulling van deze algemene regels moeten direct worden opgevolgd.
mobiele toiletunit indien wordt voldaan aan de volgende regels:
Met nadruk wordt er op gewezen dat, als de voorgaande algemene regels als te knellend worden ervaren, er altijd nog een mogelijkheid is om een vergunning zoals bedoeld in artikel 2:10, lid 1 APV aan te vragen. Aan een dergelijke vergunning kunnen maatwerkvoorschriften worden verbonden.
Artikel 3
(Omgevings-) vergunning voor voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats
Onderdeel van Algemeen aanwijzingsbesluit APV Noordwijk 2021