Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 2:58 APV zijn de volgende plaatsen aangewezen als plaatsen waar de verplichting om er voor te zorgen dat de uitwerpselen van een hond onmiddellijk worden verwijderd niet geldt:
alle plaatsen buiten de bebouwde kom met uitzondering van het strand gelegen tussen afrit 1 en afrit 21 (het strand voor de boulevards).
bermen, niet voor bewandeling bestemde plantsoenen en groenstroken, alsmede goten van wegen, uitsluitend voor zover het daarbij uitwerpselen betreft die worden achtergelaten door een hond waarvan de op dat moment aanwezige eigenaar of houder als gevolg van fysieke beperkingen aantoonbaar niet in staat is de bedoelde uitwerpselen te verwijderen, waarbij hoofdzakelijk (maar niet uitsluitend) moet worden gedacht aan een eigenaar of houder van een hond die voor het kunnen uitlaten van de hond onvrijwillig is aangewezen op het gebruik van een rolstoel of scootmobiel.