Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van de verordening wordt verstaan onder: Inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, ten behoeve van meerdere huishoudens; Container: een door of vanwege de gemeente verstrekte ophaalbak van verschillende volumes; Verzamelcontainer: een door of vanwege de gemeente geplaatste container ten behoeve van collectieve inzameling van afvalstoffen; Gft-afval: groente, fruit- en tuinafval; Restafval: huishoudelijk afval niet zijnde gft-afval, zoals gft-afval, oud papier of karton, glas, kunststof etc.; Ondergrondse voorziening voor restafval: een door of vanwege de gemeente geplaatste inzamelvoorziening voor restafval waartoe men toegang verkrijgt door gebruik te maken van een door of vanwege de gemeente verstrekte afvalpas; Grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die groot en te zwaar zijn om als restafval aan te bieden in de door de gemeente beschikbaar gestelde restafvalcontainer; Lediging: het aanhangen van een rest- of gft-afvalcontainer aan de inzamelwagen dan wel gebruik van ondergrondse voorziening. Indien de rest- dan wel gft-afvalcontainer bij het ledigen niet volledig wordt leeggemaakt door het vastvriezen, te vast aanduwen van het afval of het te vol aanbieden van de container, wordt dit ook als een lediging aangemerkt; Milieustation: De bemenste inzamelvoorziening ingevolge artikel 10.22 van de Wet milieubeheer gelegen aan de Metaalweg 1d te Venray waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten; Afvalpas: Een door of vanwege de gemeente verstrekte pas welke perceelsgebonden is ten behoeve van het registeren en legitimeren van en bij het storten van (grof) huishoudelijke afvalstoffen op het milieustation en in een door of vanwege de gemeente geplaatste ondergrondse inzamelvoorziening voor restafval; Gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel