**1..** Als doelgroep voor sociale huurwoningen worden aangemerkt huishoudens met een maximaal inkomen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder a en b van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
**2..** Als doelgroep voor middeldure huurwoningen in het lage segment als bedoeld in artikel 3 van deze verordening worden aangemerkt huishoudens met een inkomen tot maximaal 1,5 keer de DAEB-norm. Deze woningen worden bij voorrang aangeboden aan huishoudens die een sociale huurwoning in Blaricum achterlaten. Het college van burgemeester en wethouders kan dit norminkomen jaarlijks aanpassen.
**3..** Als doelgroep voor middeldure huurwoningen in het hoge segment als bedoeld in artikel 4 van deze verordening worden aangemerkt huishoudens met een inkomen tot maximaal 2 keer de DAEB-norm. Deze woningen worden bij voorrang aangeboden aan huishoudens die een sociale- of middeldure huurwoning in het lage segment in Blaricum achterlaten. Het college van burgemeester en wethouders kan dit norminkomen jaarlijks aanpassen.
**4..** In aanvulling op de definiëring van de doelgroepen naar inkomen in het eerste, tweede en derde lid kan het College in overleg met de ontwikkelaar/belegger bepalen dat de woningen in een bepaald project bij voorrang worden aangeboden aan huishoudens met (lokale en/of regionale) binding en/of bij voorrang aan huishoudens met maatschappelijke beroepen.
**5..** Ter voldoening van het eerste, tweede, derde en vierde lid stuurt de ontwikkelaar/belegger jaarlijks een lijst met gegevens over woningtoewijzingen naar (huishoudensherkomst en) inkomens naar het College.