De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt bij de eerstvolgende hercontrole na de verzenddatum van dit besluit, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de bijstandsperiode of periode waarin een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ is ontvangen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 13.
Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de Participatiewet, IOAW of IOAZ en bij debiteuren die geen recht hebben op algemene bijstand krachtens de Participatiewet, uitkering krachtens de IOAW en uitkering krachtens de IOAZ.
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering en Verhaal gemeente Rijssen-Holten 2021