Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van 20 jaar het recht op een particulier graf of een keuzegraf, dan wel voor de tijd van 10 of 20 jaar voor een particulier kindergraf, tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particulier graf is uitgegeven of het keuzegraf is uitgegeven of gereserveerd.
Het in lid 1 van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van 5, 10 of 20 jaren, mits de beheerder de schriftelijke aanvraag daarvoor binnen 2 jaar vóór het verstrijken van de lopende termijn heeft ontvangen. De verlenging gaat in op het moment dat bestaande recht zou aflopen, tegen betaling van het op dat tijdstip verschuldigde recht.
Het college verleent, voor zover de bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen aanvraag, voor de tijd van 5 of 10 jaar het recht op een urnenkelder of een plaats op een urnenheuvel, tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht. De termijn begint te lopen op de datum waarop de urnenkelder of de plaats op een urnenheuvel is uitgegeven of gereserveerd.
Het in lid 3 van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van 5 of 10 jaar, mits de beheerder de schriftelijke aanvraag daarvoor binnen 2 jaar vóór het verstrijken van de lopende termijn heeft ontvangen. De verlenging gaat in op het moment dat bestaande recht zou aflopen, tegen betaling van het op dat tijdstip verschuldigde recht.
Het college verleent, voor zover de bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen aanvraag, voor de tijd van 5 jaar het recht op een plaats in de urnenvijver, tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht. De termijn begint te lopen op de datum waarop de plaats in de urnenvijver is uitgegeven of gereserveerd.
Het in lid 5 van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van 5 jaar, mits de beheerder van de begraafplaats de schriftelijke aanvraag daarvoor binnen 2 jaar vóór het verstrijken van de lopende termijn heeft ontvangen. De verlenging gaat in op het moment dat bestaande recht zou aflopen, tegen betaling van het op dat tijdstip verschuldigde recht.
Het college verleent, voor zover de bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen aanvraag, voor de tijd van 15 jaar het recht op een plaats voor een strooi-urn, tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht. De termijn begint te lopen op de datum waarop de plaats voor de strooi-urn is uitgegeven of gereserveerd.
Het in lid 7 van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van 5 of 10 jaar, mits de beheerder de schriftelijke aanvraag daarvoor binnen 2 jaar vóór het verstrijken van de lopende termijn heeft ontvangen. De verlenging gaat in op het moment dat bestaande recht zou aflopen, tegen betaling van het op dat tijdstip verschuldigde recht.
Begraving of bijzetting van een stoffelijk overschot in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de dan nog resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke grafrusttermijn.
Verstrooiing van as in een strooi-urn waarvan de uitgiftetermijn afloopt binnen 10 jaar, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de dan nog resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan 10 jaar.
De periode van verlenging, als bedoeld in lid 9 en 10, wordt naar boven toe afgerond op hele jaren.
HOOFDSTUK
Artikel 16
Termijnen particuliere graven
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen van Leidschendam-Voorburg 2021