Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK

Artikel 23

Verplichtingen vergunninghouder betreffende het aanbrengen en onderhoud van grafbedekking

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen van Leidschendam-Voorburg 2021

Het (laten) plaatsen, aanbrengen of verwijderen van grafbedekking, geschiedt op afspraak met de beheerder en door of in opdracht van de rechthebbende of contactpersoon. Hierbij moeten de aanwijzingen van de beheerder in acht worden genomen. Het plaatsen van een gedenkteken mag uitsluitend geschieden door een steenhouwer in opdracht van de rechthebbende of contactpersoon. Deze verplichting geldt ook als de rechthebbende of contactpersoon niet de eigenaar is van het gedenkteken. Bij beëindiging of afstand van de rechten moet de rechthebbende of contactpersoon de eigenaar van het gedenkteken op de hoogte stellen. Met toestemming van de rechthebbende of contactpersoon kan de eigenaar het gedenkteken op komen halen. In afwijking van lid 1 mag het plaatsen van bovengrondse urnen, op een plaats op een van de urnenheuvels, uitsluitend gebeuren door het personeel van de begraafplaats in opdracht van de rechthebbende. Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van grafbedekking komen voor rekening van de rechthebbende of contactpersoon. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking goed te onderhouden. Onder dit onderhoud wordt in ieder geval begrepen: het rechtzetten, herstellen, vernieuwen, verven of bijkleuren van de grafbedekking; het regelmatig snoeien van winterharde gewassen en het verwijderen van dode beplanting. Deze verplichting geldt ook voor de rechthebbende als hij/zij niet zelf de eigenaar is van het gedenkteken. Als niet aan de onderhoudsplicht wordt voldaan, zal het college de rechthebbende hiertoe aanschrijven. De aanschrijving houdt in dat rechthebbende een redelijke termijn wordt gegeven om alsnog aan de verplichting te voldoen. Op algemene graven kan slechts grafbedekking worden aangebracht als het graf vol is. De rechthebbende of contactpersoon, ongeacht of hij/zij de eigenaar van het gedenkteken is, is verplicht een beschadiging aan de grafbedekking op aanschrijven van het college te herstellen als de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of dat de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden. Als door een ondeugdelijk geworden constructie van de grafbedekking een gevaarlijke situatie ontstaat, kan het college direct maatregelen treffen voor rekening van de rechthebbende. Als binnen 2 maanden na de dag van aanschrijven als bedoeld in lid 7 geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en/of vernietiging van de grafbedekking over te gaan. Voor deze handeling kan de gemeente niet aansprakelijk worden gesteld, onverlet het recht van het college tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende of contactpersoon over te gaan.

Rechtspraak bij dit artikel