Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de verordening genoemd in artikel 35, blijven, als en voorzover het onderwerp waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft ook vervat is in deze verordening, van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordening bedoeld in artikel 35, blijven - als en voorzover de bepalingen op grond waarvan deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
Vergunningen en ontheffingen bedoeld in lid 1 en verplichtingen bedoeld in het tweede lid worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn.
Als voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening bedoeld in artikel 35, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van deze verordening toegepast.
De verplichtingen die voortvloeien uit de ingevolge artikel 35 ingetrokken verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.
HOOFDSTUK
Artikel 33
Overgangsbepaling
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen van Leidschendam-Voorburg 2021