Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, of zijn kind, indien: de houder van een vaste-standplaatsvergunning zelf niet langer gebruik wenst te maken van de vergunning; de houder van een vaste-standplaatsvergunning is overleden; de houder van een vaste-standplaatsvergunning onder curatele is gesteld. 2.. Kan deze weg niet worden gevolgd, dan kan de vergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator worden overgeschreven op een medewerker van de vergunninghouder of de mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste 5 jaren in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar. 3.. In geval van overlijden of onder curatelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen van het vorenstaande afwijken voor zover de toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de bepalingen in deze verordening te dienen doelen. 5.. De aanvraag tot overschrijving wordt alleen geweigerd als niet wordt voldaan aan de uit dit artikel voortvloeiende eisen of aan een eis waaraan een houder van een vaste-standplaatsvergunning volgens deze verordening moet voldoen. 6.. Als de nieuwe vergunninghouder reeds over een vaste standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, wordt deze geweigerd.

Rechtspraak bij dit artikel