Bouwborden mogen omgevingsvergunningsvrij worden geplaatst wanneer:
het bouwbord redelijkerwijs niet anders dan op een openbare plaats kan worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);
het bouwbord wordt geplaatst op – of in de directe nabijheid van – het terrein waarop de bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit of de tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw wordt uitgevoerd;
bij de plaatsing wordt voldaan aan de beoordelingsgronden bedoeld in artikel 3.26 van de VFLO;
de plaatsing is niet in strijd met enige andere bepaling in de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 of de VFLO;
het bouwbord is geplaatst tijdens de periode dat de desbetreffende activiteit of werkzaamheid plaatsvindt;
het bouwbord constructief veilig is, zodat voldoende weerstand kan worden geboden tegen belastingen vergelijkbaar met de belastingen zoals deze zijn geformuleerd in het Bouwbesluit;
het bouwbord geen onevenredige overlast oplevert voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken;
de plaatsing van het bouwbord plaatsvindt in overeenstemming met artikel 5 van de Wegenverkeerswet, hetgeen inhoudt dat het verboden is om door plaatsing van het bouwbord gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg en dat het niet is toegestaan om het te bouwbord op een locatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd.
het bouwbord niet wordt verlicht en geen bewegende en/of verlichte informatie bevat, en
het gaat om maximaal één bouwbord, met een maximale oppervlakte van 12 m2, per activiteit of werkzaamheid.