Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.4

Artikel 5.20

Gebruik verkoopwagen

Onderdeel van Regeling fysieke leefomgeving Gouda

1.. Voor gebruik van een verkoopwagen op de weekmarkten kan slechts vergunning worden verleend met inachtneming van de volgende voorschriften: de te gebruiken verkoopwagen dient te voldoen aan redelijke eisen van welstand; de verkoopwagen is inpasbaar op de markt en veroorzaakt geen overlast voor derden; De verkoopwagen steekt, inclusief dissels, schamels, zij- en achterkleppen, deuren en andere voorwerpen, in de verkoopopstelling niet uit buiten de toegewezen afmetingen van de marktstandplaats. Verticale hulpmiddelen, die voor en ten behoeve van de voorklep worden geplaatst, worden niet in het looppad geplaatst en zijn gelijk met de voorzijde van de staanders van een marktkraam, om zowel hinder als belemmering van uitzicht te voorkomen; de hoogte van de voorklep van de verkoopwagen die oversteekt buiten de marktstandplaats is ten minste 2.10 meter, en aan of onder de voorklep worden geen zeilen of andere materialen bevestigd of koopwaar worden opgehangen of uitgestald. 2.. Van het eerste lid, onder e, kan met toestemming van de controleur openbare ruimte worden afgeweken indien het materiaal uitsluitend dient als zonwering of wering van regen en geen hinder voor bezoekers van de markt oplevert. 3.. De wijze van plaatsen van de verkoopwagen en het tijdstip waarop dit dient te geschieden moet in overleg met de controleur openbare ruimte worden bepaald. 4.. Indien een vergunninghouder die gebruik maakt van een verkoopwagen voornemens is zijn marktstandplaats op een bepaalde marktdag niet in te nemen, dient hij zich tenminste een uur voor aanvang van de markt af te melden bij de controleur openbare ruimte.

Rechtspraak bij dit artikel