Naar hoofdinhoud
Het college kan het instemmingsbesluit/de vergunning wijzigen of intrekken, indien: de leidingexploitant niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van het instemmingsbesluit/de vergunning is gestart met de werkzaamheden als omschreven in het besluit; de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden staakt dan wel de leiding anderszins gedurende een periode van ten minste zes maanden niet in gebruik is en niet onderhouden is; blijkt dat het instemmingsbesluit/de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend; het instemmingsbesluit/de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; de leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften niet naleeft; na het nemen van het instemmingsbesluit/de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van het instemmingsbesluit/de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de het besluit niet kan worden tegemoetgekomen; dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.

Rechtspraak bij dit artikel