Een doorlopende vergunning is maximaal geldig voor de duur van twaalf kalendermaanden van 1 januari tot en met 31 december, of voor de duur van achtenveertig kalendermaanden van 1 januari tot en met 31 december van het vierde jaar.
Voor een vergunning die na 1 januari van enig jaar, gedurende een maand wordt aangevraagd en uitgegeven wordt, dient het bedrag voor die hele maand betaald te worden. Wordt een vergunning gedurende het jaar opgezegd dan wordt het bedrag dat over het volle aantal maanden dat na beëindiging van de belastingplicht nog overblijft gerestitueerd.
Hoofdstuk
Artikel 10.