In een aantal gevallen zal de gebruiker zich beroepen op verjaring. Dit gebeurt voornamelijk als de gebruiker al geruime tijd oneigenlijk gebruik maakt van de grond en wij dit niet eerder hebben geconstateerd. Op basis daarvan meent men dan recht te kunnen doen gelden op het eigendom van de gemeentegrond.
Eigendom is in Nederland goed beschermd. Gemeentegrond gaat na verloop van tijd (10 of 20 jaar) niet zomaar over naar de gebruiker van die grond. Voor een geslaagd beroep op verjaring dient de gebruiker bewijsmateriaal aan te leveren waaruit blijkt dat hij of zij minimaal 20 jaar voortdurend, onafgebroken, ongestoord, openbaar en ondubbelzinnig de grond in gebruik heeft gehad. Er moet sprake zijn van een ondoordringbare erfafscheiding die het stukje in gebruik genomen grond afsluit van het gemeentelijk eigendom waardoor het perceel niet meer toegankelijk was voor derden. Het juridisch uitgangspunt is: “Wie stelt, bewijst”. De bewijslast ligt dus bij degene die zich beroept op verjaring.
Verjaring is niet hetzelfde als overdracht van het eigendom. Verjaring betekent dat degene die de grond in gebruik heeft genomen is “bevrijd van de teruggaveplicht”.
Wanneer is gebleken van verjaring wordt door ons een verklaring van verjaring opgesteld die door beide partijen wordt ondertekend. De verkrijger is verantwoordelijk voor de inschrijving in de openbare registers door de akte te laten passeren bij de notaris. De kosten hiervoor komen voor rekening van de verkrijger.
In bijlage 3 staat een uitgebreide toelichting op het begrip verjaring.
Daar waar het gevaar van verjaring dreigt zullen wij afzonderlijk, of parallel aan de handhavingsaanpak ook het proces van stuiting van de verjaring opstarten. Hiermee voorkomen wij dat gedurende het handhavingstraject de eigendomsverhoudingen door de voortschrijdende verjaring worden gewijzigd.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4