** 1. .** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren op parkeerapparatuur- plaatsen, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften.
** 2. .** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting, indien het inwerking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door middel van het aanmelden bij de centrale computer, betaald worden binnen één maand na de dag waarop het belastbare feit heeft plaats gevonden.
** 3. .** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren anders dan op parkeer-apparatuurplaatsen, wordt geheven bij wege van betaling bij een betaalautomaat en moet worden betaald na afloop van het parkeren.
** 4. .** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet zijn betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
** 5. .** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 7.
Wijze van heffing en termijn van betaling
Onderdeel van Verordening parkeerbelasting Den Haag 2021