Ter zake van het betaald parkeren geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur door het inwerpen van muntstukken van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 of € 2,00, dan wel door betaling met een pinpas of creditcard.
Indien gebruik wordt gemaakt van parkeerapparatuur welke na inwerkingstelling een parkeerkaartje afgeeft, dient dit met de tijdsaanduiding aan de bovenzijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden aangebracht.
In afwijking van het bepaalde onder lid 1 kan het in werking stellen van de parkeerapparatuur tevens geschieden door het via een telefoon of ander communicatiemiddel in te loggen op de centrale computer. Hiertoe dient het kenteken van het motorvoertuig van de belastingplichtige geregistreerd te zijn bij de centrale computer. De aanvang van het parkeren meldt de belastingplichtige door de gebiedscode telefonisch of anderszins digitaal door te geven aan de centrale computer. Tevens neemt de belastingplichtige de overige voorwaarden betreffende het aan- en afmelden bij de centrale computer in acht. Wanneer niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, wordt de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 6 van de vigerende Verordening parkeerbelastingen Zwijndrecht en geldt de betalingstermijn als bedoeld in het eerste lid van artikel 7 van de vigerende Verordening parkeerbelastingen Zwijndrecht.
Bij het in werking stellen van de parkeerapparatuur moeten de aanwijzingen en voorschriften, aangegeven op of bij de parkeerapparatuur in acht worden genomen. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op of bij de parkeerapparatuur kennis gegeven.