**1..** De grens tussen de particuliere aansluitleiding en het openbare rioolstelsel is, afhankelijk van de situatie ter plaatse, gelegen:
bij een gescheiden of gemengd rioolstelsel: het punt waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten.
Dit punt bevindt zich op de kadastrale grens, of,
Op gemeentelijke eigendom op maximaal 0,5 meter van de kadastrale grens af;
bij een drukriool: het punt waar het particulier riool wordt aangesloten:
op de pompput of
op de openbare verzamelleiding, waarbij onderscheid kan worden gemaakt conform lid 1;
bij een voorziening voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA) die in beheer is bij de gemeente: het punt waar het particulier riool op de IBA wordt aangesloten;
bij een voorziening voor drainage van het particulier perceel: het punt waar de particuliere drainage wordt aangesloten op de perceelaansluitleiding;
indien een vetafscheider, olieafscheider of andere voorziening, die onderdeel uitmaakt van het particulier riool, in openbare grond is gelegen: het punt waar die voorziening wordt aangesloten op de perceelaansluitleiding;
indien het openbaar riool in particuliere grond is gelegen: het punt dat als aansluitpunt is aangeduid in de overeenkomst tot het vestigen van een recht van opstal.
Bij het ontbreken van een recht van opstal geldt het ontstoppingsstuk als aansluitpunt mits dit op maximaal 5 meter van het gemeentelijk riool ligt, horizontaal gemeten over de aansluitleiding.
Wanneer ook een ontstoppingsstuk ontbreekt, ligt het aansluitpunt op maximaal 5 meter van het gemeentelijk riool, horizontaal gemeten over de aansluitleiding;
bij een oppervlakkige hemelwaterafvoer het punt waar het water van particulier terrein afvloeit naar openbaar terrein.
Hoofdstuk 5
Artikel 13.