Burgemeester en wethouders kunnen de aansluitvergunning wijzigen of intrekken, indien:
bij de aanvraag van de aansluitvergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
de bepalingen van deze verordening of de aan de aansluitvergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen;
de vergunninghouder binnen een jaar na verlening van de aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting, of wijziging van de aansluiting waarop die aansluitvergunning betrekking heeft, uit te voeren.
Hoofdstuk 2
Artikel 6.