De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking.
Wanneer in 2022 de Omgevingswet in werking treedt, heeft een gemeente in formele zin al een omgevingsplan. Dit noemen we het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het tijdelijke deel bestaat uit oude ruimtelijke plannen, verordeningen en de bruidschat(rijksregels). De gemeente hoeft deze regels niet opnieuw vast te stellen.
Elke gemeente moet in 2029 een omgevingsplan voor de hele gemeente hebben. Van 2022 tot 2029 is er een overgangsfase. In deze fase kan een gemeente regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan intrekken. En omzetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Aanvullend op de Omgevingswet is het aanvullingsspoor grondeigendom.
Het aanvullingsspoor grondeigendom bestaat uit de Aanvullingswet grondeigendom, een aanvullingsbesluit en een aanvullingsregeling. Deze wetgevingsproducten zijn nog in ontwikkeling.
De Aanvullingswet Grondeigendom vult de Omgevingswet aan met regelingen voor het voorkeursrecht, onteigening, de inrichting van het landelijk gebied, kavelruil, kostenverhaal en financiële bijdragen bij gebiedsontwikkelingen.
Het wetsvoorstel voor de Aanvullingswet Grondeigendom is inmiddels zowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer aangenomen.
Mocht de Omgevingswet en/of andere ontwikkelingen aanleiding geven tot aanpassing van het grondbeleid, dan zal hierover separaat worden geadviseerd of zal tussentijdse herziening van deze nota plaatsvinden.